ONS BINDT DE VRIENDSCHAP EN DE WIJN SCHENKT ONS VREUGDE

    Positie: Wijnbouw -> Gewasbescherming  
 
Over ons
Actueel
Activiteiten
Leden
Wijnbouw
 
 
Wijnbouwkalender
Werken aan Wijn
Opzetten wijngaard
Keuze druivenras
Blauwe druivenrassen
Rode druivenrassen
Witte druivenrassen
Klimaat
Groei en Snoei
Bodem en bemesting
Gebreksziekten
Gewasbescherming
Schimmelziekten
Jaar in de wijngaard
Artikelen Wijnbouw
Vinificatie
Bottelen
Wijnproeven
Overige
Sponsors
Sitemap/search


BrabWijnbouwers
 

Onderwerp Gewasbescherming

Beneden
 

Practische gewasbescherming

Bron: Die Winzer-Zeitschrift, Mai 2013. Gruppe Weinbau am DLR1 Mosel.
Vertaling en bewerking: PS, mei 2013

Inleiding

In Duitsland werd het wijnbouwjaar 2012, evenals het jaar 2009, gekenmerkt door een hoge druk van Peronospora. Begin mei liepen de scheuten uit en de bloei duurde door de ongunstige weersomstandigheden meer dan drie weken. Daardoor was het moeilijk het ideale tijdstip te bepalen voor de eerste bespuiting na de bloei. Vaak werden de spuitintervallen te lang.
Eens te meer is aangetoond dat er rond de zo gevoelige bloeiperiode een ononderbroken gewasbescherming moet bestaan, omdat de stokken juist in deze periode zeer gevoelig zijn voor ziekten. De eerste bespuiting na de bloei moet beslist plaatsvinden in het ontwikkelingsstadium waarin 80% van de bloesemkapjes is afgeworpen [BBCH 68, aflopende bloei], los van eerdere bespuitingen en de werkingsduur van de gebruikte middelen.

Reeds op 22 mei 2012 werden de eerste olievlekken met schimmeldraden aangetroffen en vanaf juni waren er in het hele gebied symptomen van Peronospora waarneembaar. De voortdurend hoge infectiedruk, met 75 infectiemeldingen en 30 uitbraken, kon slechts worden bestreden met systemische middelen en kortere bespuitingsintervallen. Vaak werd erop gewezen vanuit de helicopters waarmee wijngaarden besproeid werden ook te letten op ziektesymptomen en in het geval van een aantasting een tussenbespuiting met de hand uit te voeren. Er waren in de wijnbouwgebieden zowel bijna schimmelvrije als volledig aangetaste wijngaarden, zowel in wijngaarden die vanuit de helicopter besproeid werden als in die welke op de grond bespoten werden.

Phomopsis – Zwartevlekkenziekte

In 2012 zijn er dankzij het weer geen belangrijke infecties geweest. Mochten er zich in risicowijngaarden, zoals bijvoorbeeld met de soort Müller-Thurgau, symptomen van aantasting voordoen, dan moeten deze vanaf het uitlopen om de 8 tot 10 dagen behandeld worden tot de peronosporabehandeling begint. 
Een vochtig voorjaar bevordert de ontwikkeling en het optreden van de Zwartevlekkenziekte.
Zwartevlekkenziekte begint met zwarte stipjes aan de voeten van de jonge scheut en de jonge bladsteeltjes. Blaadjes krijgen aan de randen een donkere verkleuring en soms raken ze vervormd.
Bestrijding: vanaf het uitlopen: spuitzwavel, evt. aangevuld met een bladvoeding als Kaliumfosfiet Plus (van ACF), Natriumfosfiet of bijvoorbeeld EkoFluid (van Ökofluid)2.
Nb. bij gebruik van kaliumfosfiet is het aan te bevelen om ook bitterzout toe te voegen, omdat een extra dosis kalium ook een extra dosis magnesium vereist, daar deze twee stoffen niet alleen in voldoende mate (abolute hoeveelheid), maar ook in een relatieve mate (in verhouding met elkaar) aanwezig moeten zijn!

Roter Brenner

Doordat de eerste bespuitingen vaak overgeslagen worden, doet zich de laatste jaren een sterker optreden van Roter Brenner voor. Om schade en verdere uitbreiding te voorkomen is in de desbetreffende wijngaarden bestrijding raadzaam. In een warm en vochtig voorjaar ontwikkelen de sporen zich snel en worden ze talrijk. 
Met een werkzaam middel, toegepast kort voor een regenbui in het 3 tot 5-bladstadium kan de Roter Brenner voldoende bestreden worden. Bij onbestendig weer kan een tweede behandeling na 8 tot 10 dagen nodig zijn, afhankelijk van de toename van de ziekte. De verdere bescherming tegen Roter Brenner valt samen met de bestrijding van Peronospora met fungiciden die tevens Roter Brenner bestrijden.

Peronospora (valse meeldauw)

In 2012 werden de eerste olievlekken reeds eind mei gemeld. Daarna heerste er door de neerslag en de geschikte temperaturen het hele seizoen permanent een hoge infectiedruk. Met gerichte maatregelen kon men in het algemeen grotere schade voorkomen. In de meeste gevallen kunnen er in de voorbloei nog contactfungiciden gebruikt worden. Daarna is het raadzaam op systemische middelen over te gaan. In de bloei is het zaak de zeer gevoelige bloempjes en de bladaanwas te beschermen. De bespuitingsintervallen moeten dan zo kort mogelijk zijn.

Waardevolle aanwijzingen voor de bestrijdingsstrategie biedt het prognosemodel VitiMeteo, dat in 2010 met het landbouwmeteorologisch meetnet (Wetterstationen RLP) samengevoegd werd. Een eenvoudig tabellarisch overzicht van infectie-gevaren en weersgegevens kan door wijnbouwers op een eenvoudige manier via internet worden geraadpleegd. Een verdergaande weergave als weergrafiek en een expertmodus met een gedetailleerd overzicht van de risicofactoren en de peronosporabiologie in verband met de weersomstandigheden vervolmaken het model. (…) Zie: www.dlr-mosel.rlp.de > Warndienst > RebschutzMosel.

Bestrijding: preventief/curatief Kaliumfosfiet(-Plus), Natriumfosfiet, EkoFluid. Zie voetnoot 2.

Oidium (echte meeldauw)

Zoals altijd is een vroegtijdige bescherming tegen de schimmel Oidium met spuitzwavel aan te bevelen, ook met het oog op het remmen van de bladgalmijt en de Kräuselmilbe (lett. ‘krulmijt’). Het bestrijden van Oidium is bijzonder belangrijk kort voor en tijdens de boei. De laatste bespuiting in de voorbloei en de eerste en tweede na de bloei moeten met één van de nieuwere preparaten worden gedaan. Het spuitinterval tussen de eerste en de tweede bespuiting na de bloei moet afhankelijk van het weer duidelijk worden ingekort. Ook hier is het mogelijk het Oidiumrisico in te schatten, en wel met het prognose-model VitiMeteoOidag.

Zwartrot/zwartevlekkenziekte (Schwarzfäule)

De ervaring van de laatste jaren heeft laten zien dat slechts een consequente bespuiting met geschikte fungiciden, evenals het consequent opruimen van verlaten wijngaarden, succes heeft. De schimmel overwintert in het aangetaste loof, in uitgedroogde trossen aan de stok en op de grond. In het voorjaar kan er al bij relatief geringe neerslag infectie van alle groene delen optreden. Infecties van de trossen zijn tot aan het begin van de rijping mogelijk. Deze schimmel krijgt optimale ontwikkelings-mogelijkheden bij vochtig-warm weer. 

Bestrijding: Zwavel spuiten tot de bloei helpt een beetje, samen met het steeds rigoreus en snel wegplukken van alle aangetast blad. Zie Peronospora en voetnoot 2. Bij de systemische middelen moet worden gekozen voor een middel dat één van de stoffen “Strobilurine”, “Triazole” of “Dithiocarbamate” bevat, zoals "Exact" (van Bayer) of "Flint".

Botrytis

Zoals altijd moet bij compacte soorten dan wel klonen op de belangrijkste bestrijdings-momenten ‘kort voor de trossluiting’ en ‘begin van de rijping’ een speciaal botryticide toegepast worden. Een bespuiting direct na de bloei is alleen dan aan te bevelen wanneer de bloei traag verloopt en/of de besjes niet goed schoon worden [door achterblijvende bloemkapjes bijvoorbeeld]. Alle maatregelen die leiden tot het sneller opdrogen van de troszone verbeteren de werking van de bespuiting.

Van bewezen nut is het ontbladeren. Door dit geleidelijk uit te voeren, door voor de bloei te beginnen en dit te continueren tot het stadium van erwtengrootte, kan de bessenhuid zich verharden, waardoor het gevaar van zonnebrand wordt verminderd. 

Bestrijding: EkoFluid; Teldor. Zie ook voetnoot 2.

Esca

Een directe bestrijding is tot nu toe nog steeds niet mogelijk. Aangetaste stokken vertonen op de bladeren een sterke necrose aan de randen en tussen de nerven. Het blad valt voortijdig af en de bessen vertonen bruin-paarse tot zwarte vlekken en verschrompelen. Deze symptomen worden veroorzaakt door diverse schimmels die door wonden het hout binnendringen en de werking ervan plaatselijk verstoren.
De volgende indirecte bestrijdingsmaatregelen worden aanbevolen:

  • Aangetaste stokken vooraf kenmerken en afzonderlijk snoeien [om overdragen van de ziekte op gezonde stokken te voorkomen].
  • Vermijden van grote snoeiwonden;
  • Aangetaste stokken afvoeren en verbranden;
  • Voorkómen van mechanische beschadigingen van het oude hout en de wortels.
  • Opnieuw opbouwen van de stok na terugsnoeien tot op 20 cm van de grond;
  • Verwijderen uit de wijngaard van al het aangetaste hout resp. de aangetaste stokken;

Zwarthoutziekte (Phytoplasmose)

De zwarthoutziekte is een vergelingsziekte van de wijnstok, veroorzaakt door fytoplasma’s [bacteriën zonder celwand, parasiterend op het floëem van planten; floëem is het weefsel waardoorheen het transport van de assimilaten gaat van de bladeren naar de rest van de plant – Wikipedia].
De fytoplasma’s worden overgebracht door de glasvleugelcicade (Hyalesthes obsoletus). Aangetaste stokken ontwikkelen de symptomen op alle groene delen; de bladeren rollen zichzelf op en verkleuren tot geel of goudgeel, beginnend bij de nerven. Aangetaste scheuten verhouten niet of onvolledig, blijven groen, en sterven in de winter af. De druiven smaken bitter en verliezen hun soorteigen aroma.
Als waardplanten voor de glasvleugelcicade fungeren de akkerwinde en de grote brandnetel. Directe bestrijding van de ziekte is niet mogelijk, maar de infectiedruk kan worden verminderd door chemische of mechanische verwijdering van de wortels van de waardplanten. Men moet erop letten dat geen enkele vorm van bestrijding – maaien, mulchen, bespuiten e.d. – plaatsvindt tijdens de vliegperiode van de cicade (begin juni tot eind juli) omdat ze anders in versterkte mate de druiven opzoeken. (…) Het verwijderen van aangetaste delen kan leiden tot genezing van de wijnstok. Men moet de plant echter blijven controleren.

Schildluis

In de laatste jaren is dit schadelijke insect, dat lange tijd geen problemen gaf, weer opgedoken. Zeer opvallend zijn de bultjes op de scheuten en de kop van de stam. De larven zuigen zich vooral aan de onderkant van de bladeren vast. Bij een ernstige aantasting zijn groeistilstand en kommergroei de gevolgen. Op de suikerhoudende uitscheiding van de larven vormt zich [de pluizig zwarte] roestdauwschimmel, waardoor de bladeren en de bessen zwart lijken. De koolzuurassimilatie wordt daardoor
verminderd en de rijping wordt aldus afgeremd.

Bestrijding: zie www.ecostyle.nl

Bladgalmijt

Deze mijten zuigen aan de onderkant van de bladeren het sap op, waardoor er aan de bovenkant een verdikking ontstaat met aan de onderkant kleine draadjes. Grote economische schade is er niet van te verwachten. De roofmijt kan als natuurlijk vijand ingezet worden.
Mijten zijn ook te bestrijden d.m.v. een bespuiting met parafineolie, raapzaadolie of een minerale olie voor het zwellen van de knoppen.

Kräuselmilbe (lett.‘krulmijt’)

Een aantasting door deze mijt is makkelijk herkenbaar; kommergroei, kromme scheuten, heksenbezems, lepelvormig blad. Bij een aanval in het voorjaar moet vroegtijdig ingegrepen worden vanaf het zwellen van de knoppen tot het wolstadium. De beste bestrijding is het inzetten van roofmijten. In jonge aanplant, waarin zich nog geen roofmijten bevinden, kunnen roofmijten verspreid worden door er scheuten uit andere, door roofmijt bevolkte wijngaarden in op te hangen. 
[Roofmijten zijn ook te koop; zie bijvoorbeeld www.Koppert.nl ]

Spintmijt

Door het inzetten van nuttige insecten, vooral roofmijten, is chemische bestrijding meestal niet nodig. De belangrijkste bijdrage voor het bevorderen van de roofmijten is het afzien van fungiciden of het gebruiken van fungiciden die de roofmijten ontzien. In wijngaarden met een hoeveelheid eitjes van meer dan 30 per knoop moet vóór het uitkomen van de larven (kort voor het uitlopen van de ogen) een intensieve behandeling plaatsvinden met minerale olie of raapolie. (Let op een afdoende bespuiting.) Tijdens de groei kan in geval van het overschrijden van de schadedrempel (in de nabloei 5 tot 10 mijten per blad, begin augustus 1 of 2 mijten per blad) een acaricide (een middel met speciaal een mijtendodende werking) gebruikt worden. Speciaal tegen het einde van het spuitseizoen moet er op aantasting gecontroleerd worden.

Traubenwickler

Met de beschikbare insecticiden is het juiste moment van de bestrijding van doorslaggevend belang voor het succes ervan. Zij moet kort voort het uitkomen van de larven (zwartkopstadium) uitgevoerd worden, omdat er geen enkel middel is dat larven bestrijdt die zich al ingenesteld hebben.
Bij een verlengde uitloopperiode van de larven kan een tweede bestrijding nodig zijn. Daarvoor is een intensieve controle nodig van het uitvliegen van beide generaties van zowel de gestreepte als de gekruiste Traubenwickler nodig (na resp. het hooiworm- en zuurworm stadium). Het verloop van het uitvliegen kan gevolgd worden op ww.dlr-mosel.rlp.de
Bij de bestrijding worden feromonen gebruikt die het bevruchten verhinderen.

Resistentie

De Peronospora- en Oïdiumschimmels worden makkelijk resistent tegen de gebruikte middelen. Daarom is in het algemeen het advies een bepaald systemisch middel niet twee keer achter elkaar te gebruiken, maar verschillende middelen steeds af te wisselen. Ga uit van drie middelen. Twee ervan, Teldor en Exact bijvoorbeeld, zijn voor de amateur verkrijgbaar. Een derde middel, bijvoorbeeld Switch of Flint, zou je eigenlijk door een gelicentieerde moeten laten spuiten in je wijngaard. Alternatief: haal een spuitlicentie voor eigen gebruik.

Tot slot

Verdere informatie:

  1. Fred Lorsheijd ‘Het nieuwe Handboek Druiven’. Utrecht (Tirion) 2012
  2. Handleiding gewasbescherming voor wijngaardeniers, van Henk Stiekema.
  3. www.ecostyle.nl
  4. www.koppert.nl
  5. www.wijnbouw.nl

 

Index
Practische gewasbescherming
Gewasbeschermingsmiddelen
Nat voorjaar
Misbloei
Bladroller virus
Lamsteligheid
Enquête nachtvorstschade
Beperking (nacht)vorstschade
Insecten
Japanse fruitvlieg
Link naar de VNWP pagina
Monitorings-programma Japanse fruitvlieg
Resultaten monitoringsprogramma Japanse fruitvlieg
Model voor levenscyclus suzuki-fruitvlieg
  Top

© De Brabantse Wijnbouwers 2016. Met dank aan Nervatuur Groep. Powered by