Ons bindt de vriendschap en de wijn brengt ons vreugde

Chlorose door ijzergebrek

Chlorose door ijzergebrek;
voorkómen en bestrijden

Samenvatting

Chlorose door ijzergebrek treedt in sommige jaren op bij warm, groeizaam weer als mooiweerchlorose, in de regel echter als slechtweerchlorose op vooral kalkrijke, verdichte bodems en op percelen met wateroverlast, na overvloedige neerslag en bij lage bodemtemperaturen. 
Een groot ijzergebrek kan door tijdige bodembemesting met geschikt ijzerchelaat behandeld worden. Zwak ijzergebrek kan op korte termijn met herhaalde bladbemesting verminderd worden.

Afb 1) Oorzaken van chlorose.

Inleiding

Bij ijzergebrek kan er niet voldoende chlorofyl (bladgroenkorrels) worden gevormd, waardoor de jonge bladeren al geel kleuren. Daarnaast is ijzer nodig bij de vorming van sommige eiwitten en voor de vochthuishouding van de plant.
Licht ijzergebrek veroorzaakt slechts voorbijgaande chlorose. Bij zwaar ijzergebrek daarentegen verkleuren de inmiddels helgele bladeren vanaf de bladrand bruin en sterven af. Een ander gevolg, misbloei, leidt tot een lagere opbrengst. Zeer zwaar of een paar jaar durend ijzergebrek kan leiden tot het afsterven van wijnstokken.

Identificatie

  • jonge bladeren vertonen het eerst symptomen van ijzergebrek;
  • geelverkleuring ontstaat op het blad tussen de nerven, waarna het blad bijna wit wordt;
  • bladeren kunnen uitdrogen en afvallen;
  • scheuten kunnen afsterven als het ijzertekort niet wordt aangevuld.

Beschikbaarheid van ijzer

Normale grond bevat eigenlijk genoeg ijzer (ijzeroxide en ijzerhydroxide) om te voorzien in de ijzerbehoefte van druivenplanten van ongeveer 0,4 tot 0,9 kilo per hectare per jaar. Op kalkrijke grond met een hoge pH-waarde kan echter vaak niet voldoende ijzer door de wortels worden opgenomen, aangezien de oplosbaarheid van deze ijzer-verbindingen bij stijgende pH-waarde sterk afneemt. Het onderzoeken van het beschikbare ijzergehalte in de grond alleen, bijvoorbeeld na extractie met DTPA #) is daarom niet zinvol.
Uitscheidingsproducten van de wortels van grassen of van organische en anorganische verbindingen (‘complexen’) in humus kunnen de beschikbaarheid van ijzer verbeteren.

Beperkte wortelgroei en andere oorzaken

Het opnemen van ijzer verloopt hoofdzakelijk via de wortelpunten. Het wordt bemoeilijkt door zuurstofgebrek in de omgeving van de wortels, door een lage bodemtemperatuur en door hydrocarbonaat HCO3, vroeger ook bicarbonaat genoemd. In verdichte, dichtgeslibde en slecht beluchte bodems kunnen wortels slecht groeien. Tegelijkertijd wordt in dit soort bodems de gasstofwisseling beperkt en (wordt) het kooldioxidegehalte van de lucht in de grond verhoogd.
Een moeizame ijzeropname in de plant en een slechte energietoestand van de wijnstok, bijvoorbeeld door slechte weersomstandigheden met weinig zonneschijn, worden hier ook als chloroseoorzaken behandeld.

In de wijnbouw wordt ijzergebrekschlorose ook kalkchlorose, verdichtingschlorose, slechtweerchlorose (bijvoorbeeld in 2002 en 2008) of stresschlorose genoemd, wat op diverse oorzaken duidt. Ook een zeer snelle groei kan tot ijzergebrekschlorose leiden. (De auteurs wijzen op de snelle groei in april 2009, ten tijde van het schrijven van dit artikel). Na het droge en warme voorjaar van 2007 was er reeds begin mei mooiweerchlorose te zien. Vermoedelijk konden de wortels niet zoveel ijzer opnemen als de wijnstokken gebruikt hadden, maar ook de bodemverdichting door de machinale oogst van 2006 op deels zeer natte grond kan in mei 2007 tot chlorose geleid hebben. Ook hoge opbrengsten en een late oogst kunnen in het daarop volgende jaar de neiging tot chlorose vergroten (overbelastingschlorose).

Bemesting met ijzerchelaat

Bij wijnstokken met hardnekkige ijzergebrekschlorose moet eigenlijk al bij het uitlopen een bodembemesting met ijzerchelaat plaatsvinden, zoals ook altijd op kalkrijke grond gebeurt, bijvoorbeeld met Basafer Plus, Sequestrene 138 Fe of Folicin DP (alle met 6% ijzer). Aangezien deze middelen duur zijn en niet bestand tegen licht is een plant-voor-plant-behandeling met een bemestingslans in het wortelgebied aanbevolen (ongeveer 12 tot 20 gram per wijnstok). Bij vier ‘steken’ per wijnstok, ongeveer 30 tot 75 cm vanaf de stam, geeft men per steek 1 liter van een 0,3% tot 0,5% oplossing (bij voorbeeld 0,3 tot 0,5 kilogram ijzerbemesting in 100 liter water, voor 25 wijnstokken en 4 liter per stok). Een alternatieve methode is met een spade een gat van ongeveer 20 cm diep te steken en daarin de oplossing te gieten.

In het onderzoek van het Staatliches Weinbauinstitut Freiburg konden met deze methode van bodembemesting met het ijzerchelaat Basafer Plus (20 gram per wijnstok) goede resultaten worden bereikt. Zowel het vóórkomen als de sterkte van de aantasting waren minder dan die van onbehandelde controleplanten. Een bodembemesting met het veel goedkopere ijzersulfaat had in het chloroseonderzoek geen succes.

 

Bladbemesting

Ook met herhaaldelijke bladbemesting, bijvoorbeeld met het ijzerchelaat Folicin DP (0,5% oplossing) of Fetrilon 13% (0,3% oplossing) of met Lebosol ijzercitraat kon in onderzoek in Freiburg in een paar jaar de ijzerchlorose verminderd worden.

De bladbemesting vond in drie ronden plaats, bijvoorbeeld in het 6-bladsstadium, dan ongeveer 12 dagen later, respectievelijk nog voor het begin van de bloei (bijvoorbeeld BBCH 55) en nog eens na de bloei (bijvoorbeeld bij de vruchtzetting, respectievelijk BBCH 71 of bij de erwtgrootte van de bessen, respectievelijk BBCH 75).

Met bladbemesting moet begonnen worden bij het zichtbaar worden van de eerste chlorosesymptomen, maar niet tijdens de bloei! Een bladbemesting met ijzerzouten (bijvoorbeeld ijzersulfaat of ijzerchloride) is weliswaar goedkoper, maar brengt het gevaar van bladverbranding mee. Vooral bij slechtweerchlorose, maar ook als de grond erg droog is kan het zinvol zijn meermaals met samengestelde meststoffen, waaronder ijzer, te spuiten, bijvoorbeeld Fetrilon Combi. Bij sterke ijzerchlorose is echter bodembemesting goedkoper.

Zuur werkende stikstofbemesting

Op kalkrijke grond kan de beschikbaarheid van ijzer verbeteren door de zuurgraad te verhogen, bijvoorbeeld met behulp van zuurwerkende stikstofbemesting zoals ammoniumsulfaatsalpeter, zwavelzure ammoniak of andere meststof met ammonium en een nitrificatieremmer.
Opdat er op kalkrijke grond geen te groot ammoniakverlies optreedt, moeten er meststoffen worden toegepast met een hoog ammoniumgehalte, in het ideale geval vlak voor het optreden van neerslag, dan wel door ze om de andere rij in de grond te werken.

Bodemstructuur en waterhuishouding verbeteren

Een goede bodemstructuur verbetert de voorwaarden voor de wortelgroei en daarmee de opname van sporenelementen, waaronder ijzer. Dichtslibben en andere vormen van verdichting moeten worden vermeden. Daarom mag grond niet te ‘fijn’ bewerkt worden! 

Wijngaarden mogen niet kort na neerslag worden bereden, aangezien de grond in het trekkerspoor sterk verdicht wordt. Een preventieve peronosporabehandeling moet vóór de neerslag uitgevoerd worden. Daardoor kan men afzien van het rijden op natte grond.
Om bodemverdichting te vermijden moeten er bovendien lagedrukbanden toegepast worden en moeten er geen zware machines op natte grond gebruikt worden, bijvoorbeeld oogstmachines.

Bodemverdichtingen kunnen in het voorjaar of na de oogst om de andere rij opengetrokken worden (met geschikte landbouwwerktuigen). Voorafgaand aan het opentrekken moet met de spade uitgezocht worden waar de verdichte lagen zich bevinden en of de grond voldoende droog is. Daarna kunnen er diepwortelende planten, bijvoorbeeld winterwikke, wintererwten of platte erwten [linzen] geplant worden om de structuur van de ondergrond langdurig te verbeteren.
Tijdens droogteperioden moet er echter vanwege de concurrentie om water gewalst (geplet), gemaaid of gemulcht worden.

Vóór een nieuwe aanplant van wijnstokken moet de grond een jaar braak liggen met diepwortelende planten, bijvoorbeeld luzerne. Wanneer een chloroseperceel vaak te maken heeft met wateroverlast die niet door drainage kan worden verholpen, moeten er om de andere rij planten worden gezaaid die het overtollige water opnemen, bijvoorbeeld de eenjarige rettich [‘Oelrettich’, raphanus sativus], of het meerjarige Italiaans raaigras [Lolium multiflorum]. Bij Italiaans raaigras, dat wezenlijk meer massa vormt dan Engels raaigras [Lolium perenne], moet men de grote stikstof- en waterbehoefte in de gaten houden en bij droogte tijdig afbreken [door maaien].

Snoei aanpassen

Om chlorosewijnstokken weer reserves te kunnen laten opbouwen, moet de snoeiwijze aangepast worden. Bij een zeer sterke aantasting moeten de trosjes tijdig worden verwijderd en moet de wijnstok tot op een of twee scheuten worden teruggesnoeid.

Geen organisch materiaal ingraven!

Wanneer er gras of niet geheel verteerd organisch materiaal wordt ingegraven op ongeveer 50 cm diepte kunnen er gassen ontstaan, zoals zwavelwaterstof of ethyl, die de wortels aantasten.
Voor de lange termijn kan de beschikbaarheid van ijzer worden verbeterd door een verhoging van het humusgehalte. Daarvoor kan goed verteerde compost of stalmest gebruikt worden, zonder deze in te werken in de grond. Als toevoeging kan er ijzersulfaat met de mest of de kompost gemengd worden.

Onderstammen en soorten

Sommige onderstammen kunnen de beschikbaarheid van ijzer verbeteren door verzuring van de rhizosfeer (de onmiddellijke omgeving van plantenwortels). Voor percelen met veel voorkomend ijzergebrek moeten minder chlorosegevoelige onderstammen gekozen worden, bijvoorbeeld 5BB, SO4 of Binova. 125AA en 5C zijn meestal wat gevoeliger voor chlorose; Boerner is duidelijk gevoeliger.

Tabel 3. Eigenschappen van de belangrijkste onderstammen (in Beieren).

Ook de verschillende druivenrassen verschillen in chlorosegevoeligheid.

Bron: Das Deutsche Weinmagazin nr. 10, 16 mei 2009
Auteurs: Riedel, M., J. Froehlin en W. Schies (Staatliches Weinbauinstitut Freiburg)

Vertaling: Peter Siebrands (2012/12/09)