Ons bindt de vriendschap en de wijn brengt ons vreugde

Zachte snoei

‘Zachte’ Snoei

Een methode uit Zuid-Tirol, door Hans-Christoph Schiefer
Vertaling PS, januari 2016

Inleiding

Lang levende en gezonde wijnstokken zijn een voorwaarde voor economisch verantwoorde wijnbouw en een hoge wijnkwaliteit. De wijnstok heeft niet de mogelijkheid grote snoeiwonden, met name die in het oude hout, door callusvorming weer af te dichten. Schimmels als Esca en Eutypiose kunnen via grote wonden binnendringen, wat kan leiden tot het verstoppen van de houtvaten.

Deze beschadiging is vaak niet te zien van buitenaf, maar de wijnstok kan hierdoor midden in de zomer plotseling afsterven. Wijnstokken waarvan nooit oud hout afgesnoeid wordt, houden hun houtvaten echter in een gezonde conditie.

De natuurlijke groeikenmerken

Door het bestuderen van snoeiwijzen van wijnboeren met oude wijngaarden hebben de Italiaanse agroconsultants Simonit en Sirch hun eigen methode Preparatori d’uva ontwikkeld. Het behouden van de fysieke structuur van de wijnstok is de garantie voor het voortbestaan van de houtvaten, waardoor de evenwichtigheid en de kwaliteit van de productie positief beïnvloed worden. In de natuur kan de wijnstok zich meters hoog ontwikkelen dankzij zijn acrotonische groeiwijze. De ogen die vanuit de stam bezien verder weg liggen op de scheuten hebben voorrang op dichterbij gelegen ogen. Zonder snoei is de groei moeilijk in bedwang te houden. Van een vaste plant met lianengedrag wordt de wijnstok een struik of heester van beperkte omvang waarvan de vorm en de ruimtelijkheid afhangen van de onderlinge afstand, de verzorging en de snoeiwijze. De vorm die de plant uit zichzelf wil aannemen dwingt de wijnboer er elk jaar toe het grootste deel van het aangegroeide hout te verwijderen.

In het geval van de wijnstok heeft de wintersnoei, een technische ingreep van stompvorming, elk jaar opnieuw plaats. Het veelvuldig en systematisch snoeien van de scheuten dichtbij de stam en het snoeien van de groeipunten dwingen de wijnstok telkens opnieuw zijn sapstromen te reorganiseren; het verloop en de belasting van de sapbanen veranderen elk jaar.

Een gezond uiterlijk is nog geen gezond innerlijk

De wijnstok is onderhevig aan veroudering. De veroudering kan fysiologisch normaal verlopen, gedicteerd door het verloop van de tijd. Zij kan ook versneld verlopen door gebeurtenissen van buitenaf, bijvoorbeeld onomkeerbare ziekten als virussen, lange stressperioden, fysiologisch dysfunctioneren, ondeskundige snoei en wat dies meer zij.

Vaak wordt een wijnstok die aan de buitenkant geen bijzondere symptomen laat zien als gezond beschouwd. In werkelijkheid laat de buitenkant maar gedeeltelijk de gezondheidstoestand van de plant zien. Het bestuderen van de buitenkant van het hout stelt ons niet in staat het totale sapstroomsysteem te beoordelen.
Zo zijn bijvoorbeeld de stokken in de afbeeldingen 1a, b, en c even oud, van dezelfde soort en van dezelfde wijngaard. Ze geven een goede opbrengst, hebben uiterlijk weliswaar een verschillende vorm maar vertonen veel overeenkomsten en laten geen ziektesymptomen zien. Wanneer men de stammen in de lengte doorsnijdt, worden de respectievelijke gezondheidssituaties echter duidelijk. Bij twee van de stokken (afbeelding 2b en c) is het gezonde aandeel hout dat geschikt is voor de sapstroom aanmerkelijk afgenomen.

Deze afbeeldingen duiden op de oorzaak van dergelijke beschadigingen. De oorzaak is het snoeien. Deze inwendige beschadigingen beperken de efficiëntie van het systeem van sapstromen. Wanneer er een scheut verwijderd wordt, worden de houtvaten waaruit hij zijn voeding kreeg niet meer gebruikt; deze verdrogen in de vorm van een conus of kegel die midden in het levende hout zit. Hoe groter de snoeiwond en hoe ouder het hout dat gesnoeid wordt, hoe sneller de uitdroging in de breedte en de diepte van de plant verloopt.

Kleinere snoeiwonden, minder uitdroging

De mate van inwendige verdroging en de omvang van de ontstane conus hangen direct samen met de grootte van de aangebrachte snoeiwond. Wanneer er in de loop van de jaren diverse snoeiwonden aangebracht worden, reageert de wijnstok op natuurlijke wijze met het verdorren van delen van de stam. De verwondingen zitten op de kop van de stam en de loop van de sapstromen verandert snel doordat de kegelvormig uitgedroogde delen steeds meer ruimte innemen. Zo neemt de efficiëntie van het transportsysteem af.
Om efficiënte sapstromen te behouden, moet de wijnstok inwendig doorgaande wegen kunnen vormen die niet bedreigd worden met uitdroging. Daarom is het belangrijk grote snoeiwonden te vermijden en te werken met kleine snoeiwonden op één- en tweejarig hout. Zo ontstaat op den duur de typische heestervorm van deze methode. (Er ontstaat in de loop van de tijd een T- of V-vormige kop; de wintersnoei laat aan beide uiteinden van de T of V een één jaar oude gyot-achtige strekker -van het voorafgaande seizoen, dus- bestaan en een enkele tot op één oog gesnoeide stift. Op YouTube is veel te vinden via de zoekterm Preparatione d’uva. Je hoeft geen Italiaans te verstaan om te begrijpen wat deze methode behelst. – PS)

Een efficiënt sapstroomsysteem vertoont zich uitwendig in de evenwichtigheid van de wijnstok. De groei en de opbrengst van een wijnstok met intacte sapstroomkanalen vormen een beter geheel dan die van een wijnstok waarvan de sapstroom verstoord is. Deze homogeniteit komt tot uiting in het uitlopen, in de vruchtbaarheid, in de diverse groeifasen, in de rijping en in de verhouting. Deze evenwichtigheid van de wijnstok, en dus van de wijngaard als geheel, is nodig voor een constante kwaliteit van de opbrengst.

Het ontstaan van de methode

In een correcte benadering van de wintersnoei staat het verkrijgen en behouden van een goede fysieke opbouw van de plant centraal. In de eerste plaats gaat het er dan om zo weinig mogelijk wonden te veroorzaken. Door het vermijden van grote snoeiwonden en het uitsluitend afsnoeien van jonge scheuten wordt de omvang van snoeivlakken beperkt en wordt het vormen van doorgaande sapkanalen bereikt. De klein gehouden verwondingen op het één– en tweejarige hout kunnen door lichte callusvorming weer afgesloten worden. Dit wordt makkelijker bereikt wanneer men een ‘schone’ snede maakt, welke alleen het okseloog aan de basis van het één- of tweejarige hout spaart.

Verder gaat het erom zodanig te snoeien dat het binnendringen van schimmels (en virussen) verhinderd wordt, zodat het inwendige van de stam niet aangetast kan worden.

Het snoeien, stap voor stap

Kern van systeem is dus alleen jong hout, één- of tweejarig, te verwijderen en als nieuwe strekker dié scheut te kiezen die uit de basis (een okseloog) van de oude strekker groeit, zodat deze aansluit op de reeds ontwikkelde sapkanalen. Verder wordt op de kop op de plek tegenover de nieuwe strekker een scheut afgesnoeid tot op één oog. Zo wordt op de lange duur een T- of V-vormige kop opgebouwd (opbouwsnoei). Tenslotte wordt de nieuwe strekker tegengesteld en vlak aangebonden, d.w.z. als hij aan de rechterkant van de kop zit, wordt hij over het oude hout heen naar links aangebonden, en omgekeerd. Daardoor lopen de okselogen beter uit en ontwikkelen nieuwe scheuten zich dus zo dicht mogelijk bij de basis van de strekker. In de opbouwjaren van het systeem kunnen niet alle strekkers dezelfde kant op aangebonden worden, maar in de praktijk is dat geen groot probleem.

Er wordt altijd ‘schoon’ gesnoeid; er moeten geen overbodige stiftjes van het één- of tweejarige hout overblijven. Dus ook het in het voorafgaande jaar ontstane stiftje wordt weggesnoeid, zodat de wond op den duur dichtgroeit.

Alleen als er géén goed ontwikkelde basale scheut ontstaan is, dus noch uit een okseloog van de strekker, noch uit een okseloog van de tegenoverliggende stift, wordt een naasthogere scheut als nieuwe strekker genomen. In dit geval wordt de ongeschikte scheut tot op de okselogen afgesnoeid, zodat er voor het volgende jaar weer geschikte strekkers beschikbaar kunnen komen. In het laatste geval wordt er (in het volgende jaar dus) tweejarig hout afgesnoeid.

In dit systeem neemt het oude hout slechts langzaam toe. Om te voorkomen dat de plant teveel in de hoogte groeit wordt er gestreefd naar een horizontale groei van het oude hout, dat zich T- of ook V-vormig ontwikkelt. Bij een juiste snoeiwijze is de toename van oud hout zeer beperkt. Om okselscheuten in hun ontwikkeling te steunen is het tijdig en vakkundig wegbreken van uitlopers belangrijk. Daarbij worden de eerste twee scheuten van de strekker, de okselscheut en de eerste scheut, gespaard, evenals de twee scheuten uit de tegenoverliggende stift. Alle scheuten die direct uit het oude hout groeien worden verwijderd en de scheuten op de strekker worden uitgedund, zodat er geen verdichtingen ontstaan in de bocht van de strekker. Zodra het oude hout zich T- of V-vormig ontwikkeld heeft, kunnen er twee (korte) strekkers gemaakt worden. Om het systeem op te bouwen wordt er van de jonge plant een goed ontwikkelde, rechtopgaande scheut afgesnoeid ter hoogte van de aanbinddraad. In het erop volgende jaar wordt een goed ontwikkelde scheut op 20 tot 25 cm onder de aanbinddraad ‘schoon’ afgesnoeid, zodanig dat er geen stiftje overblijft. De strekker wordt naar de tegenoverliggende zijde van de stam gebogen en aangebonden. Op die manier is het uitlopen op min of meer gelijke hoogte van twee scheuten aan de basis van de strekker waarschijnlijk. Daarvan wordt de ene scheut later de strekker en de andere wordt later tot op één oog (okseloog plus eerste oog) afgesnoeid.

Instructievideo’s

Instructievideo’s (in het Italiaans, maar voldoende visueel, inclusief gebaren, om ook zonder kennis van deze taal te kunnen volgen).

Zachte snoei van jonge stok: