Ons bindt de vriendschap en de wijn brengt ons vreugde

Juni 2014

Het weer in de afgelopen maand mei heeft gezorgd voor vertraagde groei en in veel wijngaarden bovendien de galmijt alle kansen geboden er de zomer in door te brengen. Verder kan het nuttig zijn zowel voor als na de bloei te spuiten tegen echte meeldauw.

Tegen echte meeldauw (Oidium) kan curatief Vitisan1 gebruikt worden in combinatie met plantaardige olie en een vloei- en hechtmiddel2. Vitisan heeft een gunstig neveneffect tegen Botrytis.

Bij koel weer werken organische middelen tegen mijten niet voldoende.

  • [Advies: Vóór het uitlopen op het eind van de winter bespuiten met zwavel en waterglas of zwavel met Cloak. Zie website BWB.]

De door de slechte weersomstandigheden veroorzaakte trage groei en chloroseverschijnselen rechtvaardigen het toedienen van bladvoeding.

  • [Advies: kaliumfosfiet, magnesiumfosfiet of koperfosfiet. Zie website BWB.]

(Een zeer goed middel tegen echte meeldauw blijkt te zijn de speciale algenmest 3A86 van de Fa. Reico, dankzij het werkzame bestanddeel Laminarine. Maar via Google is het niet te vinden.)

Opbrengstbeperking

Na de bloei kan het ‘melken’ van de tros tot aan hagelgrootte3 van de besjes toegepast worden. Men neemt de jonge tros in de hand en wrijft er in één beweging een stel besjes af. Zo wordt de tros wat uitgedund. Een gematigde ontbladering aan minstens één zijde van de rij kan toegepast worden vanaf hagelgrootte. Rode [d.w.z. blauwe] kunnen aan beide kanten ontbladerd worden; ze krijgen daardoor meer kleur en geven meer extracten in de latere wijn. Het gevaar van zonnebrand neemt duidelijk af en door de betere ventilatie neemt het gevaar van Botrytis af. Witte soorten, evenals Trollinger, moeten slechts in perkte mate ontbladerd worden om geen UTA4 in de wijn te krijgen. De mate van ontbladering is ook een kwestie van gewenste aroma’s in de wijn. Goed bezonde druiven hebben honing- en caramelaroma’s en een duidelijke tot brede fruitigheid met fenolische componenten (bijvoorbeeld het benzineachtige aroma van Riesling). Groene tonen zijn eerder te vinden bij druiven die veel in de schaduw gebleven zijn. Sauvignon Blanc bijvoorbeeld heeft door een dichte loofwand eerder het groene paprika-aroma en bij goede bezonning meer het kruisbesaroma.
Gewasbeschermingsmiddelen hebben in ontbladerde troszones meer effect en men kan er toe met minder Botrytismiddelen.
De groeikracht en de locatie spelen eveneens een rol. Zwak groeiende en overbelaste wijngaarden worden door het ontbladeren nog verder verzwakt, terwijl vitale wijngaarden er juist wel bij varen, tot voordeel van de wijnboer. Wijngaarden met een sterke bezonning moeten minder sterk ontbladerd worden, niet in de laatste plaats om voldoende zuren over te houden in de druiven. Hetzelfde geldt voor wijngaarden waar de wind vrij spel heeft.

[Er volgt een alinea over de economische voordelen van het machinale ontbladeren.]

Wie verende draadspreiders in zijn wijngaard heeft, heeft het begin juni relatief makkelijk: het werk aan de loofwand verloop tot 40% sneller [dan bij andere soorten bedrading]. Dat is vooral het geval met inklapbare draadspreiders. Op de juiste manier gebruikt, wordt het breken van de scheuten door de wind sterk beperkt doordat de scheuten tussen de draden vastgehouden worden. De rechtopstaande scheuten worden dan optimaal bezond en de bladeren assimileren daadoor beter. De scheuten van de diverse rijen kunnen niet in elkaar verward raken, waardoor men zich tussen de rijen niet door een jungle heen hoeft te werken. De gewasbescherming is dus ook beter uitvoerbaar.
De scheuten moeten niet lukraak tussen de draden gewerkt worden, maar losjes en ordelijk naast elkaar staan. Anders ontstaat er weer een sterke beschaduwing in de rij, met weinig suikerproductie en grote schimmeldruk. Een 10 tot 14 scheuten per strekkende meter zorgen voor gunstige omstandigheden. Wie op tijd dubbelscheuten verwijderd heeft [d.w.z. de scheut die vaak uit het bij-oog groeit] bespaart nu veel werk.
Na het aanhechten volgt al snel de eerste zomersnoei. De beslissende vraag is, wanneer je voor het eerst snoeit. Snoei je de groeipunten te vroeg af, binnen een week na de bloei, dan wordt de vruchtaanzet bevorderd en daarmee de opbrengst. Maar ook wordt de groei van dieven bevorderd en daardoor een verdichting van de loofwand. Snoei je te laat, zo’n vier tot zes weken na de bloei, dan ontstaat er een grote ziektedruk door meeldauw en Botrytis tussen de inzakkende scheuten en de zich dus verdichtende loofwand, maar ook neemt het mostgewicht toe. Wie niet wil snoeien kan de scheuten om de bovenste draad wikkelen. Dat beperkt de dievengroei onderin de loofwand.

Noten:

  1. Vitisan is verkrijgbaar bij Vitis Vino – Van Rijn te Bentelo.
  2. Een zeer praktisch oliehoudend vloei- en hechtmiddel is Cloak van Soiltech te Biezenmortel.
  3. ‘Hagel’ zoals in jachtpatronen gebruikt.
  4. UTA = Untypische Älterungsnote, een wijnfout veroorzaakt door stikstofgebrek in de rijpingsfase, welk stikstofgebrek veroorzaakt wordt door een tekort aan water, zgn. waterstress. (Bron: Wikipedia)

Bron: WINZERPRAXIS.DE © 2008-2013 Verlag Eugen Ulmer, Stuttgart
Werk in de Wijngaard 6, Juni 2014
Auteur: Siegfried Hundinger
Vertaling: P.S. voor de Brabantse Wijnbouwers