Ons bindt de vriendschap en de wijn brengt ons vreugde

November 2014

Esca en Eutypa

In 2014 deden zich veel symptomen voor van Esca en Eutypa, vooral in oudere wijngaarden. Om verdere verspreiding tegen te gaan moeten aangetaste stokken consequent verwijderd en onmiddellijk verbrand worden, omdat zich op het zieke hout anders vruchtlichamen vormen die sporen loslaten.

Men kan een afgezaagde stomp laten staan en hopen dat in het erop volgende jaar de slapende ogen uitlopen, zodat men een nieuwe stam kan opbouwen. Het snijvlak van de stomp moet schoon zijn en vrij van donkerbruine verkleuringen. Alleen dan is er kans op een symptoomvrije, nieuw opgebouwde stam. De opgegroeide scheut heeft een goed ontwikkeld wortelgestel tot zijn beschikking. Als deze poging mislukt, moet er alsnog een nieuwe plant gezet worden.

Zwarthoutziekte

Stokken die aangetast zijn door de zwarthoutziekte (Phytoplasmose) hadden reeds in de zomer tot op 30 cm boven de grond teruggesnoeid moeten zijn. In het geval dat dit nog niet gedaan is, moet het nu onmiddellijk gebeuren. De brandnetel en de akkerwinde zijn belangrijke waardplanten voor de glasvleugelcykade, die deze ziekte overbrengt. Het bestrijden van brandnetel en akkerwinde kan na de bladval van de druiven plaatsvinden. In de wijngaard kan men een glyfosaatpreparaat gebruiken (Round-up, Dominator, e.d.). Daarbuiten, bijv. in struikgewas, kan men preparaten gebruiken die de werkzame stof Triclopyr bevatten, zoals (in Duitsland) Garlon 4 of Genoxone ZN. Ze ontzien grassen. Men dient er wel heel voorzichtig mee om te gaan. Voor de druiven zijn deze stoffen extreem giftig. Bij warm weer zijn deze stoffen vluchtig. Ze kunnen de druif beschadigen door opname via de bast. (Glyfosaathoudende middelen zijn in NL overigens na november 2015 nog maar moeilijk verkrijgbaar voor de particulier.)

Wie geen herbiciden wil gebruiken, moet voor een sterk groeiende concurrent van de brandnetel en de akkerwinde zorgen. Direct na het ploegen of mulchen van brandnetelvelden moet in het voorjaar een sterke concurrent als luzerne, honingklaver of iets dergelijks ingezaaid worden om de brandnetels te onderdrukken. Het lukt niet altijd direct, doordat op droge locaties de bandnetel in het voordeel is.

Rooien en braakliggen

Als men door virussen aangetaste stokken wil rooien, moeten ze zeer zorgvuldig met de hele wortel uitgegraven worden. Virussen worden echter alleen effectief bestreden als de dragers ervan, cystevormende nematoden, het tien jaar lang moeten stellen zonder hun basisvoeding, bijvoorbeeld druivenwortels. In de praktijk laat men de grond hooguit één of twee jaar braak liggen, wat bedrijfseconomisch gezien begrijpelijk is. Het rendement van een nieuw aangelegde wijngaard loopt echter heel snel terug als reeds na een paar jaar latente, dus aanvankelijk onzichtbare virussen de prestaties van de stokken sterk beperken. De wijngaard lijkt dan ‘om de een of andere reden‘ niet zo goed te groeien en is niet rendabel. Bij sterk aangetaste percelen is elk jaar braakliggen daarom waardevol en het vermindert het gevaar van een nieuwe infectie.

Bron: WINZERPRAXIS.DE © 2008-2013 Verlag Eugen Ulmer, Stuttgart
Werk in de Wijngaard 11, November 2014
Auteur: Siegfried Hundinger
Vertaling: P.S. voor de Brabantse Wijnbouwers