Ons bindt de vriendschap en de wijn brengt ons vreugde

Cabernet Blanc

Cabernet Blanc (VB 91-26-1)

Groei
algemeenGoede resistentie tegen vorst. De Cabernet Blanc heeft vaak last van een gedeeltelijke misbloei en vorst.
afstammingCabernet Sauvignon X Resistenzpartnern.
Ontwikkeld door Valentin Blattner, 1991.
uitlopenvroeg.
groeiKrachtig en rechtopstaand.Rond de trossen bevinden zich minder bladeren, wat resulteert in een goede doorluchting.
rijpingBegin oktober.De bessen blijven tot aan de rijping donker groen, en verkleuren dan naar geel
trossen

De tros bevat zowel druiven van normale grote, als bessen die in de ontwikkeling achterblijven. Dit resulteert in losse trossen.

Klaus Rummel zou zeggen "Losse trossen"

resistentieGoede resistentie tegen Oidium, Peronospora und Botrytis.
Wijn
algemeen

Een korte pulpgisting wordt soms toegepast. De wijn kan soms winnen bij een rijping van één of twee jaar. 

aroma

De aroma’s herinneren aan een Sauvignon blanc met kruisbes, buxus of groene paprika. 

De Cab. Blanc kan zelfs bij een blend met zo’n 40 – 50% Johanniter zijn populaire smaakprofiel nog prima staande houden

smaakDe smaak wordt vergeleken met die van een Riesling of Sauvignon blanc.


CABERNET BLANC – Een alternatief voor Sauvignon Blanc?

Christian Deppisch en Rainer Knott, Bayerische Landesanstalt,Wine System Blog, november 2015

Cabernet Blanc Rebe

Ondanks de grote hoeveelheid schimmeltolerante druivenrassen die er inmiddels te krijgen zijn, hebben ze geen erkende positie; de wijnmarkt accepteert deze rassen nog steeds niet. Alleen met Regent lukte het tijdens de rodewijnhausse voet aan de grond te krijgen in de wijnmarkt. Vandaag de dag neemt dit alweer af. Desondanks wordt er hard gewerkt aan het ontwikkelen van nieuwe en verbeterde schimmeltolerante rassen omdat daarvoor goede argumenten zijn; je bespaart ermee op gewasbeschermingsmiddelen, je spaart het milieu en je bespaart arbeidsuren.

Een tamelijk nieuw schimmeltolerant ras als de Cabernet Blanc zou veel voordeel kunnen hebben van de huidige populariteit van het ras Sauvignon Blanc. Terwijl de Sauvignon Blanc in 1999 nog niet eens voorkwam in de Duitse aanplantstatistiek is er tegenwoordig 849 hectare mee beplant. De frisse wijnen van de Sauvignon Blanc met hun pikante aalbes- en kruisbesaroma en hun minerale smaak bevallen het publiek en hebben dit ras populair gemaakt.

De teelt van de Sauvignon Blanc is echter niet altijd eenvoudig. Dankzij zijn krachtige groei heeft hij een sterke neiging een dichte loofwand te vormen. Samen met de compacte trossen kan dit leiden tot een relatief groot gevaar van Botrytis. Je moet dus wat meer tijd besteden aan een luchtige loofwand. Tijdens de rijping moet de Sauvignon Blanc goed in de gaten gehouden worden omdat de dunne bessenhuid van de compacte trossen in bepaalde omstandigheden plotseling kan openbarsten waardoor er heel snel een sterke Botrytisaantasting kan ontstaan. Door zijn krachtige groei is de Sauvignon Blanc echter ook zeer gevoelig voor misbloei, waardoor de opbrengsten van jaar tot jaar sterk kunnen verschillen. In Beieren was de gemiddelde opbrengst van 2008 tot 2012 61 kilo per are. Zie tabel 1.

Tabel 1. Gemiddelde opbrengst van Sauvignon Blanc en

Cabernet Blanc van 2008 – 2012 op de Thüngersheimer Scharlachberg

Ras

Opbrengst kg/a

Oechsle

Zuren g/l

Cabernet Blanc

52

91

7,5

Sauvignon Blanc

61

84

11,9

 

Het alternatief voor Sauvignon Blanc is het ras Cabernet Blanc. Dit is een nieuw ontwikkelde druif van de Zwitserse druivenveredelaar Valentin Blattner. Hij moet niet verwisseld worden met de Sauvignon Blanc, hoewel hij reeds met zijn aroma aan een elegante Sauvignon Blanc doet denken. Ook qua smaak wordt hij er vaak mee vergeleken. Deze witte druif ontstond al in 1991 door een kruising van Cabernet Sauvignon met resistente partners.

Tabel 1 toont de gemiddelde opbrengst van Cabernet Blanc in 2008 tot 2012 vergeleken met Sauvignon Blanc. Beide soorten werden gesnoeid op 4 ogen/m2. De tabel laat zien dat Cabernet Blanc door de jaren heen 9 kilo per are minder opbrengt dan Sauvignon Blanc, maar daartegenover een 7o Oechsle hoger mostgewicht heeft en zo’n 4,4 gram/liter minder zuren. Het uitlopen is bij Cabernet Blanc circa twee dagen eerder dan bij Sauvignon Blanc, de oogstrijpheid zo’n vier dagen eerder.

Dankzij zijn goede weerstand tegen schimmelziekten hoort de Cabernet Blanc bij de schimmeltolerante rassen (tegenwoordig ook wel bio’s genoemd – PS), wat voordelen heeft voor de wijnbouwer en het milieu. Men hoeft slechts te wijzen op het kleinere aantal arbeidsuren en op het minder zware werk op steile hellingen, de kostenbesparing op gewasbescherming, het ontzien van nuttige insecten, het minder belasten van de bodem doordat er minder gereden hoeft te worden en de lagere uitstoot van schadelijke stoffen. Dit ras is derhalve niet alleen interessant voor de ecologische en de strengere biologische wijnbouw.

In teelttechnisch opzicht is dit ras tamelijk probleemloos. Het heeft een rechtopgaande groei. De bladeren hebben een lange steel. De dieven in de buurt van de trossen blijven tamelijk kort. Er worden weinig dieven gevormd. Al deze eigenschappen zijn gunstig voor een goede belichting en beluchting van de trossen, zorgen voor het snel opdrogen van de groene plantendelen na neerslag en voorkomen aldus het zich ontwikkelen van schimmelziekten. Desondanks is het belangrijk de stokken regelmatig op aantasting te controleren. In jaren met een zeer sterke schimmeldruk is het vooral de echte meeldauw waarop streng gecontroleerd moet worden. Daarom moet men al naar gelang de weersomstandigheden na de bloei rekenen op één of twee behandelingen tegen echte meeldauw.

Een gezonde loofwand leidt in de regel tot een goede houtafrijping en zo tot goede winterhardheid. Dit is het geval bij Cabernet Blanc; de winterhardheid is beter dan die van Sauvignon Blanc.

De vruchtbaarheid is zeer goed. In de regel vormen zich twee of drie trossen per scheut. De bloei is gelijkmatig en krachtig. Mooie voorwaarden voor een economisch bevredigende opbrengst, zou je zeggen. Maar de schijn bedriegt!

Al snel na de bloei ziet men bij het poetsen van de besjes (het ontdoen van bloesemblaadjes en bloesemkapjes – PS) dat de vruchtzetting heel beperkt is en dat er veel besjes afvallen, hoewel niet in onrustbarende mate. In de loop van de vegetatie wordt al snel duidelijk dat de groei anders verloopt dan gewoonlijk. Enkele bessen groeien normaal verder, maar vele blijven beperkt tot speldeknopjes. Een aantal van deze kleine besjes kleurt pas tegen de oogsttijd, gaat glanzen en wordt dan zacht. Deze zogenaamde jungfernfrüchtige besjes[1] kunnen heel zoet en aromatisch zijn. Maar het grootste deel van de onderontwikkelde bessen blijft groen en vaak hard. Doordat de trossen heel los blijven zijn ze weinig gevoelig voor Botrytis en kunnen ze heel lang uitrijpen. Afbeelding 1.

 

Afb.1

 

 

De relatief lage opbrengst van Cabernet Blanc ten gevolge van de misbloei en de zaadloze besjes vormde de aanleiding in een eerste onderzoek een paar maatregelen te testen die dit verschijnsel zouden kunnen verminderen.

Nadat in de jaren 2008 tot 2013 de opbrengsten na het snoeien op negen of tien ogen per stok onbevredigend bleven, werd de jaargang 2014 gesnoeid op twee maal acht ogen (dubbel guyot, vlak aangebonden), d.w.z. op ongeveer zes ogen/m2.

Tabel 2 laat zien dat het snoeien tot op twee uit te buigen scheuten in vergelijking met het snoeien tot op één scheut een duidelijke verhoging van de opbrengst geeft en dat er minder misbloei optreedt. Deze maatregel betekent weliswaar meer werk, maar in vergelijking met de anders zeer lage opbrengst is het meerwerk wel de moeite waard. Bij het aanplanten van Cabernet Blanc moet er dus ruimte genoeg gelaten worden voor het aanbinden van twee guyot-armen, in elk geval meer dan een meter.

 

Tabel 2. Opbrengst van Cabernet Blanc met één respectievelijk twee guyot-armen op de Thüngersheimer Scharlachberg in 2014.

Variant

Opbrengst kg/a

Oechsle

Zuren g/l

pH

Misbloei %

Twee armen

101

88

9,9

3,09

45

Eén arm (8 ogen/m2)

61

93

10,5

3,01

60

 

Bekijkt men de fysiologische gang van zaken van de beginnende bloei (BBCH 60) tot de vruchtaanzet (BBCH 71) dan valt er uit eerder onderzoek uit de jaren zestig en tachtig op te maken dat er mogelijkheden zijn voor het realiseren van een beter verlopende bloei.

Om een betere bloei en daarmee een betere vruchtaanzet te bereiken is er een fundamenteel andere denkwijze nodig dan die van de gangbare praktijk, het zo lang mogelijk uitstellen van de bladsnoei na de bloei en van het ontbladeren tijdens de bloei om door misbloei een lossere tros te verkrijgen.

Zolang de groeipunten functioneren als hoofdattractie voor de gevormde assimilaten zijn de bloeiwijzen (beginnende trosjes – PS) daaraan ondergeschikt. Wordt de groeipunt verwijderd dan wordt het aanbod aan de bloeiwijzen dus verbeterd. De nauwe relatie tussen de vruchtaanzet en het gehalte aan koolhydraten van de bloesem blijkt hieruit dat een toenemend gehalte aan suiker van de bloesem de vruchtaanzet verbetert.

Later onderzoek bevestigde deze fysiologische gang van zaken tijdens de bloei; het verwijderen van de groeipunt op twee dagen vóór de bloei bij Riesling en Müller-Thurgau leidde tot een aanzienlijke vergroting van de opbrengst.

Het toepassen van deze inzichten op de Cabernet Blanc, tegen de gangbare opvattingen in van een late bladsnoei en een vroege ontbladering, zou dus moeten kunnen leiden tot een betere vruchtaanzet en een grotere opbrengst. Daarom werd in het onderzoek van 2014 de volgende onderzoeksopzet gevolgd:

  1. Een controlegroep
  2. Groeipunten afsnoeien ca. twee dagen voor de bloei
  3. Scheuten sterk inkorten na begin van de bloei

Tabel 3 laat de opbrengsten zien. Door een vroege snoei van de groeipunt ontstond er een opbrengstvergroting van 22 kg/are. Onderzoek van de mate van misbloei liet geen verschil zien tussen variant 1 (de controlegroep) en variant 2 . Er werden wel minder zaadloze bessen gevormd. Het verschil werd nog groter wanneer de scheuten bij het begin van de bloei sterk ingekort werden tot boven de eerste draad. De opbrengst steeg met 42% tot 144 kg/are (variant 3, zie afbeelding 2).

Tabel 3. Opbrengsten in 2014 van Cabernet Blanc afhankelijk van het moment van bladsnoei en de loofwandhoogte op de Thüngersheimer Scharlachberg; 6 ogen/m2 en twee gyuot-armen.

Variant

Opbrengst kg/a

Oe

Zuren g/l

pH

Misbloei %

Controlegroep

101

88

9,9

3,09

45

Groeipunt snoeien kort voor bloei

123

89

9,6

3,09

45

Sterk inkorten na begin bloei

144

86

8,7

3,15

25

 

Afb.2

 

 

Minimale snoei

Cabernet Blanc kan een veelbelovend ras zijn voor bedrijven die de minimale snoei (Minimalschnitt) toepassen. In 2014 werd er voor het eerst Cabernet Blanc geoogst van een perceel met minimale snoei. De basiseigenschappen van dit ras – lage opbrengst in een draadsysteem en een losse tros – zou de overigens moeizame opbrengstregulering bij minimale snoei kunnen oplossen. De eerste resultaten bevestigen deze veronderstelling; in 2014 was de opbrengst 128,5 kg/are, bij 730 Oechsle en een zuurgehalte van 9,4 gr/liter, en wel zonder Botrytis. In volgende jaren moet bezien worden of deze resultaten zo zullen blijven. Zie afbeelding 3.

 

Afb.3

 

 

Samenvatting

Het druivenras Cabernet Blanc kan dankzij zijn aroma een zinvolle aanvulling zijn op, dan wel een alternatief vormen voor het ras Sauvignon Blanc. Grote voordelen zijn de minimale gewasbeschermingsbehoefte en het kleinere aantal arbeidsuren per hectare en per jaar. Ook al is de marktpositie van schimmeltolerante rassen nogal moeizaam, dit ras kan een goede rol spelen als mengpartner voor witte wijn, schuimwijn en Rotling (mengsel van witte en rode wijn – PS). Cabernet Blanc is bijzonder geschikt voor de verrijking van het aroma en maakt het produceren van deze wijnen goedkoper.

Het zwakke opbrengstpotentieel kan door bijzondere teeltmaatregelen, zoals een vroege bladsnoei, versterkt worden. De resultaten van 2014 moeten echter in volgende jaren nog bevestigd worden.

Bij het aanplanten van nieuwe percelen moeten er zodanige stokafstanden aangehouden worden dat er twee strekkers aangebonden kunnen worden.

De eerste opbrengsten bij minimale snoei waren veelbelovend, maar ook hier moet afgewacht worden of dit in volgende jaren zo zal blijven.

 

Vertaling. PS (januari 2016)

Bron: vertaling van het artikel "Starke Reben im Portrait: Der Cabernet Blanc – eine Alternative zum Sauvignon Blanc?" op de website Wine System AG.

 

Kenmerk

Ron L.

Tonny v.D.

Hermi L.

John G.

Vruchtzetting

Slecht

 

Bij koud

Voorjaar: slecht

slecht

Opbrengst

(liters)

Zeer laag

Zeer laag

0,2-0,8 liter/plant

minimaal

Groeiwijze

Sterk

Rechtop

Rechtop

Sterk, rechtop.

Veel loof

Winterhardheid

Niet

Goed

goed

redelijk

Gevoeligheid

voor koude/vorst

Groot

Groot

Niet anders dan

andere rassen

gevoelig

Gevoeligheid

Botrytis

Nauwelijks

Geen

geen

gering

Gevoeligheid

Oïdium

 

 

gevoelig

gering

Gevoeligheid

Peronospora

In ’12 en 13

veel last.

 

gevoelig

gering

Rijpingsmoment

Eind oktober

7-10 dagen

na Johann.

laat

Half oktober

Oechsle bij oogst

70 tot 80

85 tot 90

Goede jaren 84,

anders < 80

72

Zuren bij oogst

gram/liter

9

6,5 tot 7

Gemiddeld 10

 

Smaak en aroma

Zeer goede wijn

Fantastisch

Uitgesproken;

Iets voor liefhebbers,

geen allemansvriend

Intens aroma

(vlier).

Smaak redelijk

intens

Aanbevelens-

waardigheid

Minder; van 3000 stokken terug naar 800.

‘Ben minder

tevreden’.

Nee, wegens misbloei,

kleine oogst en de uitgesproken smaak;

commercieel

problematisch.

Wel qua product,

niet qua teelt


Wijndomein Van der Herstraten

Dit ras is nog niet in productie bij ons. Wat ik er van zie is een goede groei, niet te overmatig en zeer productief met kleine druifjes. Vroeg rijp (kort na Rondo).

We zien weinig ziekte beelden. Niet vrij van valse meeldauw, maar goed in de hand te houden. Voor botrytis heb ik deze alleen in de bloei periode behandeld en heb verder geen narigheid gekonstateerd.

Foto blad: Origin of the picture : Julius Kühn-Institut Bundesforschungsinstitut für Kulturpflanzen (JKI) Institut für Rebenzüchtung Geilweilerhof – 76833 Siebeldingen – GERMANY