ONS BINDT DE VRIENDSCHAP EN DE WIJN SCHENKT ONS VREUGDE

    Positie: Vinificatie -> Werkbladen  
 
Over ons
Actueel
Leden
Activiteiten
Wijnbouw
Vinificatie
 
 
Vooraf
Wijnmaken basics
Werkbladen
Alcoholische gisting
Malolactische gisting
Zuren (en meten)
Ontzuren
Enzymen
Gistsoorten
Sulfiet
Overige hulpstoffen
Bewaren hulpstof
Hout en wijn
Problemen
Suzuki-aantasting
Meten en registreren
HygiŰne
Diversen
Meer lezen en links
Artikelen vinificatie
Artikelen Gisten
Werkgroep Vin
Bottelen
Wijnproeven
Overige
Sponsors
Sitemap/search



 

Onderwerp Werkbladen

Beneden
 

Vinificatieschema rode wijn

(versie 30 juni 2011)
 

Introductie

  • Let op: bij doseringen worden de hoeveelheden per 10 liter of per 10 kilo aangegeven.
    Dit om redenen van wat de meeste gebruikers van dit schema gewend zijn.
  • In dit vinificatieschema wordt regelmatig verwezen naar hulpmiddelen. Hoewel meer hulpmiddelen beschikbaar zijn, is gekozen voor die hulpmiddelen die minimaal nodig zijn voor het maken van een kwaliteitswijn.
  • Op onze site is een beschrijving te vinden van de diverse gisten en overige hulpstoffen.
  • De belangrijkste hulpmiddelen zijn via de Brabantse Wijnbouwers te bestellen:

Benodigde recipiënten/vaten

Vergisting en rijping kan plaatsvinden in containers van RVS, glas, polyester of plastic.
 

Oogst

De oogst vindt plaats als de druiven rijp zijn. De criteria voor rijpheid staan beschreven op onze website. Eén van die criteria is een Oechslegehalte van minimaal 75.
Pluk zo droog mogelijk en bij warm weer zo vroeg mogelijk (koel). Zo weinig mogelijk beschadigen. Geplukte druiven gaan rechtstreeks in kratten met maximaal 20 kg tegelijk (liever plat dan hoog) om beschadigingen te voorkomen.
De eerste triage (selectie) vindt al plaats tijdens de pluk. Voor goede wijn zijn 100% gezonde druiven nodig!
De kratten zijn schoon en er bevinden zich geen ongerechtigheden in. Het oogstmateriaal moet zó de kneuzer/ontsteler in kunnen.
 

Kneuzen / ontstelen

Direct voor het kneuzen/ontstelen vindt eventueel een tweede triage plaats. Mogelijk nog aanwezige rotte druiven, bladeren, aarde en andere ongerechtigheden worden verwijderd.

Stel indien mogelijk de kneuzer/ontsteler zo in, dat pitten onbeschadigd blijven.

Om bij grote hoeveelheden de werking van wilde gisten en azijnzuurbacteriën te remmen: voeg maximaal 0,5 gram KDS (sulfiet) per 10 kg door de massa vóór het kneuzen.
Bij kleine hoeveelheden kan KDS ook toegevoegd worden na het kneuzen/ontstelen, zie hieronder.

Na kneuzen/ontstelen: Pulpvaten vullen tot max tweederde (66 %) om overlopen bij schuimvorming te voorkomen.

Wie geen KDS bij het kneuzen toevoegt, doet dit onmiddellijk ná het kneuzen: 0,5 gram per 10 liter pulp. Werkwijze: Benodigde hoeveelheid KDS (sulfiet) goed oplossen in wat sap, daarna zo goed mogelijk verdelen en vooral goed mengen! 

Botrytisdruiven horen niet thuis in rode wijn. Wie ze toch wil verwerken: Beslist niet meer dan 5% van het totaal mag botrytis hebben. Meng dan 1,5 gram KDS per 10 liter, maar houd er rekening mee dat dan geen BZA (biologische zuur afbouw, of malolactische fermentatie, MLF) meer mogelijk is!
 

Mostgelatine toevoegen (optioneel)

Wie snel drinkbare wijn wil maken en tannines wil verwijderen, voegt vervolgens mostgelatine toe volgens voorschrift van de leverancier; liever niet de maximaal mogelijke hoeveelheid omdat mostgelatine ook teveel uit de wijn kan weghalen.
Wie rode wijn wil maken met meer structuur en dus meer tannines, laat het toevoegen van mostgelatine achterwege.
 

Enzymen

Minimaal 1 uur na de KDS-gift is het tijd om enzymen toe te voegen. Meng pectoenzymen goed door de pulp, hoeveelheid en werkwijze volgens voorschrift leverancier.
Enzymen zijn nodig voor het afbreken van celwanden, waardoor kleurstoffen en aromastoffen uit de schilwanden vrijkomen. Bovendien scheelt celwandafbraak in de opbrengst: de inhoud van de cellen (vooral vocht en suikers) komt gemakkelijker vrij.
 

Saignée (optioneel)

Een betrouwbare methode om de concentratie van geur- en kleurstoffen in rode wijn te versterken is het toepassen van een saignée (“aderlating”). Maximaal na 12 uur nadat de pulpmassa in de container is gedaan, wordt sap afgetapt. Van het sap kan rosé worden gemaakt.

Door de saignée wordt de hoeveelheid schilmateriaal ten opzichte van de vloeistof groter. Daardoor krijgt de rode wijn meer kleurstoffen en aromastoffen dan zonder saignée. De uiteindelijke hoeveelheid rode wijn wordt er minder door, maar wel beter.

Een saignée van 5% – 15% van het totaalvolume is niet ongebruikelijk.
 

Meten

Na toevoeging van enzymen moeten metingen plaatsvinden.

Het Oechslegehalte wordt bepaald om te kunnen vaststellen welk alcoholgehalte mogelijk is; en om vast te stellen hoeveel suiker nog moet worden toegevoegd om het gewenste alcoholgehalte te bereiken. Ga bij berekenen van gewenst alcoholgehalte uit van 1,75% extra, omdat tijdens de gisting alcohol verdampt. Bovendien gebruiken gisten voor hun vermenigvuldiging suiker, de ene soort meer dan de andere, zie informatie van de leverancier.

De pH wordt bepaald om de werking van KDS te kunnen bepalen.

Het zuurgehalte (uitgedrukt in gram wijnsteenzuur per liter) wordt bepaald om te bepalen of alsnog ontzuring nodig is. Aanzuren mag wettelijk alleen in beperkte mate met citroenzuur. Hoe eerder in het proces een ontzuring plaatsvindt, des te beter dat voor de kwaliteit van de wijn is. Werkwijzen bij ontzuring zijn beschreven op de website.
 

Giststarter maken (of niet)

Als we een giststarter gebruiken op basis van gedroogde gist, maken we die aan volgens voorschrift van de leverancier.
Vroeger moest dat drie dagen voor het toevoegen aan de pulp. Tegenwoordig werken gisten zo snel (zie leveranciersinformatie), dat ze op de eerste dag alle suiker in de starter hebben omgezet. Daarna neemt de activiteit af en is de starter niet meer goed bruikbaar.

Een alternatieve methode is het niet-aanmaken van een giststarter. De gist wordt dan uitgestrooid op de pulp en rehydratering vindt plaats in de pulp. Er is dan meer gist nodig dan bij het maken van een giststarter. Houd rekening met tenminste 10 gram gist per 50 liter pulpmassa.

Verreweg de voorkeur verdient het maken van een starter met behulp van celwandmateriaal van dode gistcellen. Bij de rehydratering (vocht inbrengen in de gist korrels) worden dan uit dat celwandmateriaal o.a. vitaminen en andere nuttige stoffen opgenomen. De gist wordt daar krachtig van en kan de concurrentie met wilde gisten goed aan als later de starter wordt toegevoegd aan de pulp. Volg voorschriften van de leverancier.

Wie een giststarter aanmaakt, zet die in de ruimte waarin ook de pulp staat. Wanneer de gist(starter) dan later aan de pulp wordt toegevoegd, is de temperatuur van beide gelijk. Bij temperatuurverschillen van meer dan 5º C kan de starter haperen.
 

Toevoegen gist(starter)

Als volgens voorschrift van de fabrikant de gist(starter) wordt toegevoegd, gebeurt dat voorzichtig en zonder roeren. Gist heeft voor vermeerdering zuurstof nodig en dat bevindt zich meer aan de oppervlakte van de pulp dan daaronder.
Daarom is ook van belang om de eerste één of twee dagen de ruimte boven de pulp goed te beluchten.

De container wordt vervolgens afgedekt met een plastic vel, een los deksel of met een doek waardoorheen geen ongerechtigheden of insecten (met azijnzuurbacterieën!) kunnen komen.
 

Gistvoeding toevoegen

Niet eerder dan twee dagen na feitelijk begin van de gisting wordt gistvoeding toegevoegd. Van eerdere toevoegingen profiteren ook de ongewenste wilde gisten, en dat willen we vermijden.
Ook enkele dagen later kan nog wat worden toegevoegd.
De gistvoeding bestaat vooral uit stikstof (in de vorm van diammoniumfosfaat, DAP) en vitaminen. En eventueel celwandmateriaal.

Volg voorschriften van de leverancier (voor al die van de gist), waarbij bedacht moet worden dat iets meer beter is dan iets minder.
Gist heeft bij vermeerdering stikstof (N) nodig voor zijn celwanden. Wanneer dit onvoldoende in de pulp aanwezig is, wordt N gebruikt uit celwanden van inmiddels al dode gist. De benodigde N wordt gehaald uit de aminozuren methionine en cisteïne, die zwavel bevatten. Bij afbraak van deze aminozuren komt zwavel (S) vrij, dat in het zuurstofarme mileu waarin de gisting plaatsvindt reduceert tot H2S met de bekende geur van rotte eieren; en dat later tot naar verbrand rubber geurende mercaptanen wordt omgezet.

Vorming van enig H2S is nooit te voorkomen, maar toevoegen van voldoende gistvoeding helpt aanzienlijk.
 

Pulpgisting (fermentatiemanagement)

Tijdens de pulpgisting kun je “aan diverse knoppen draaien” en zijn allerlei “ingrepen” nodig, waarvan de volgorde niet zonder meer te bepalen is. Het gaat om de volgende aspecten.

Temperatuur: De ideale temperatuur voor gisting van rode wijn hangt af van de ideale temperatuur voor de gebruikte gist (zie informatie van de leverancier). Hetzelfde geldt voor de gebruikte enzymen. Dat is meestal bij temperaturen onder 25º C. Zeker is dat kleur- en geurextractie het best plaatsvindt boven 25º C.
Een gangbare methode is de eerste tijd de temperatuur laag te houden (tussen 18º C en 25º C. En aan het eind van de gisting te verhogen naar 25º C - 30º C. De omzetting van suikers is dan achter de rug en de kleur- en aromaextractie krijgt dan nog een kleine boost.

Beheersing micro-organismen: Veel professionals gebruiken al tijdens de pulpgisting lysozymen. Commercieel lysozym wordt gewonnen uit kippeëiwit. Het doodt niet de bekende azijnzuurbacterie Acetobacter, maar wel andere bacterieën die wijn kunnen bederven met vorming van onder meer azijnzuur. Lysozym is geen wondermiddel. Het doodt geen gisten (ook niet Brettanomyces) en voorkomt ook geen oxidatie en bruinkleuring.
Wie lysozym gebruikt, doet dat (volg het voorschrift van de leverancier!) in kleine hoeveelheden en in een vroeg stadium van de pulpgisting. Tegen de tijd dat het is uitgewerkt, hindert het de BZA (zie aldaar) niet meer.
Wie al een BZA laat beginnen tijdens de pulpgisting, moet extra voorzichtig zijn met lysozym.
De Brabantse Wijnbouwers bevelen het gebruik van lysozym van harte aan, omdat het veel kwaliteitsproblemen helpt voorkomen.

Eiken chips: Het gebruik is inmiddels wettelijk toegestaan. Eiken chips (in diverse soorten en toastings) kunnen al tijdens de pulpgisting worden toegepast. De dosering kan sterk variëren, naar hoeveelheid en duur van inwerking. Volg daarvoor de voorschriften van de leverancier, en vooral zeer frequent (dagelijks) ook uw eigen neus en smaakpapillen!

Zuren: Als nodig is de wijn te ontzuren, dient dit in een vroeg stadium te gebeuren. Van belang is de gistkeuze (sommige gisten breken meer appelzuur af dan andere).
Ontzuren kan met chemicaliën, zie instructies van de leverancier en op onze website.
En ontzuren kan plaatsvinden tijdens de Biologische Zuur Afbouw (BZA) waarin appelzuur wordt omgezet in het zachtere melkzuur (appelzuur-melkzuurgisting, of malolactische fermentatie – MLF).

Hoedmanagement: Boven op de pulp komt, geholpen door CO2, al snel een massa van schillen bovendrijven, de hoed. Als deze massa uitdroogt kunnen allerlei vervelende geuren ontstaan, vooral door micro-organismen die daar hun kans schoon ruiken. Er zijn verschillende manieren om de hoed vochtig te houden.

Onderduwen, tenminste 3x per etmaal, goed verdeeld in de tijd. Bijvoorbeeld ’s morgens om 6.00 uur, ’s middags om 14.00 uur en ’s avond om 22.00 uur. Vaker is beter. Telkens flink doorroeren.

Onder uit de container sap aftappen en over de hoed sprenkelen. Dat kan handmatig of volautomatisch. Voordeel is dat telkens nog wat zuurstof bij de wijn komt, als de afgetapte wijn ook nog door de open lucht gaat, via een emmer bijvoorbeeld.

Ondergeduwd houden van de hoed is de derde methode. Dat kan met een raster bovenop de hoed, die de hoed ondergeduwd houdt, of met containers die naar boven toe conisch toelopen.

Tannine- en pitmanagement: Als temperatuur en alcoholgehalte hoger zijn, vindt meer extractie van tannines uit schillen en pitten plaats. Omdat het alcoholgehalte meestal in een paar dagen boven 10% zit, vindt rond die tijd de meeste extractie plaats. Daarna nauwelijks meer.
Dit geldt voor harde en voor zachte tannines. Harde tannines zitten vooral in onrijpe pitten (bij oogst nog groen). In onze streken zal dat vaker het geval zijn dan in zuidelijker streken, waar de pitten eerder bruin (rijp) kleuren.

Het kan dus van belang zijn om tijdig een delestage (“ontlasting”) toe te passen. Tijdens de gisting bevinden zich de schillen bovenin (de hoed), de zich ontwikkelende most in het midden, en de pitten onderin de container. Dat is van belang voor de manier waarop pitten worden verwijderd, indien gewenst.

Eén manier is om met het aftappen van het sap voor het bevochtigen van de hoed, de pitten uit te zeven die met het sap meekomen. De bezitter van een container met conische bodem heeft het vanzelfsprekend het gemakkelijkst: onderste kraan open, sap en meekomende pitten opvangen, pitten eruit zeven en sap terug in de container.

Een andere methode is het afscheppen van de hoed (tijdelijk in een andere container), aftappen van het sap, en de pitten verwijderen van de bodem; of na het tijdelijk verwijderen van de hoed, de pitten onderuit de most scheppen.

Zuurstofmanagement: Als rode wijn tijdens de gisting nog wat zuurstof nodig heeft, kan dat worden toegevoegd. Professionals gebruiken daarvoor een soort fijne aquariumsteentjes, waar doorheen zuivere zuurstof wordt geleid. Precies zó gedoseerd dat slechts de benodigde hoeveelheid in de wijn terecht komt. Daarbij is vooral van belang, dat er geen zuurstofbelletjes de oppervlakte bereiken, want die zouden aromastoffen kunnen meenemen, de open lucht in, boven de wijn.

Dat laatste is ook de reden, dat kleinschalige wijnmakers zeer voorzichtig moeten zijn met het gebruik van gewone aquariumsteentjes en lucht. Je zou kunnen beredeneren, dat je minimaal 2 meter tankhoogte nodig hebt om bij een rustige luchtstroom alle zuurstof uit de doorgevoerde lucht in de wijn terecht te laten komen.
Daar staat tegenover, dat lucht 20% zuurstof bevat en verder bijna alleen stikstofgas (niet bruikbaar als gistvoeding!). Dat stikstofgas wordt nauwelijks in de wijn opgenomen, bereikt de oppervlakte, en meegenomen aromastoffen afgeeft aan de lucht bover de hoed. En CO2 neemt al zoveel van die stoffen mee naar buiten...

Suiker: Er is veel voor te zeggen om alle benodigde suiker bij het begin van de pulpgisting in één keer toe te voegen. Er vindt dan immers in korte tijd een hevige gisting plaats, waarin vooral de toegevoegde gistcultuur de boventoon voert; en dat is gunstig bij het voorkomen van de werking van ongewenste micro-organismen.

Anderzijds kan het geleidelijk toevoegen van suiker de gistingstijd verlengen. Wie wijn wil maken met een langere maceratieduur (tijd tussen begin van de pulpgisting en het persen) heeft behoefte om zo lang mogelijk de beginnende wijn te beschermen met een CO2-deken. Dat kan bereikt worden met een gefaseerde toevoeging van suiker. Dat kan uitgesmeerd worden over weken.
Bijkomend voordeel: na de gisting is er altijd nog restsuiker, die door diverse micro-organismen kan worden omgezet in azijnzuur. Door de eigenlijke gisting te verlengen wordt dit zo lang mogelijk ondervangen.
Bovendien verloopt de gisting gelijkmatiger en minder hevig, er is minder koeling nodig.

Maceratietijd: Wie wijn wil met extra aroma (niet extra kleurextractie, dat is in de eerste gistingsdagen al gebeurd), kan de schillen langer in de wijn laten dan in onze streken nog gebruikelijk. Aan te bevelen is in dat geval een gefaseerde toevoeging van suiker.
Een veelgehoord bezwaar tegen een verlengde schilweking zou zijn, dat er dan meer tannines in de wijn komen. Dat blijkt echter niet het geval: de meeste tannines komen in de wijn in de eerste 7 dagen.
Sterker nog: Door een langere schilweking krijgen tannines in de wijn meer tijd om te polymeriseren (samengaan) tot grotere tanninehoudende moleculen, die een zachter mondgevoel geven. De gevormde polymeren maken de wijn bovendien stabieler.

 

Het hangt af van de stijl van de gewenste wijn (snel drinkbaar of lang houdbaar) of een verlengde maceratie wordt toegepast of niet.
 
Een ultrakorte maceratie vindt plaats bij zogenaamde thermovinificatie. De pulp wordt korte tijd (2-8 uur) verhit tot resp. 80 of 60º C. Alle kleurstof trekt uit de schillen in het sap, tannines niet. De pulp wordt direct daarna gekoeld, geperst en als witte wijn gevinifieerd. Dit geeft diepgekleurde rode wijn, zonder tannines, die snel drinkbaar is, maar kort houdbaar. Nadeel: energiekosten; voordelen: snel klaar bovendien en weinig opslagkosten. Een kwestie van eigen voorkeur en van wat klanten willen.


 

Persen en eventuel uitgisten

Je kunt na de gisting sap aftappen, dat geeft “lekwijn” of vin de goutte. Door persen komen meer tannines mee in de wijn. Door aftappen en de rest te persen, krijg je twee batches die je meteen of later kunt terugmengen.

Persen doe je naar keuze tussen 1 week en 6 weken na begin van de pulpgisting (zie hierboven onder maceratie).
De persdruk is maximaal 1 bar. Het bezinksel (pitten, dode gistcellen en rottend vruchtvlees) wordt niet meegeperst. Na het persen een nachtje voorklaren.
Mocht de gisting nog niet zijn voltooid, dan mag die verder gaan onder waterslot.
 

Biologische zuur afbouw (BZA) of malolactische fermentatie (MLF)

Tegenwoordig is zelf op gang gebrachte biologische zuur afbouw (BZA) met een reincultuur van Oenococcus Oeni standaard.
Al was het maar om ervoor te zorgen dat niet de verkeerde bacterieën (zoals Lactobacillus soorten) actief worden, die naast melkzuur ook azijnzuur produceren.

De reincultuur toepassen volgens voorschrift van de leverancier.

Hoe lager de zuurgraad (hogere pH) hoe gunstiger dat is voor een BZA. Te hoge pH maakt daarentegen een wijn zeer kwetsbaar: de sulfiet werkt dan niet meer.
Gunstig is ook een temperatuur van meer dan 25º C. Reden waarom vroeger een spontane BZA in de kelder (die lang niet altijd ondergronds was) in het voorjaar op gang kwam.

Een andere reden om BZA toe te passen is gelegen in het verlagen van de zuurgraad.

Professionals monitoren de ontwikkeling en het einde van de BZA met appelzuurmetingen door een laboratorium. Amateurs zullen aangewezen zijn op de veel onnauwkeuriger gewone zuurmetingen (grammen per liter) of door proeven.
 

Beëindigen BZA

Om dezelfde reden als het zelf starten van een BZA verdient het ook aanbeveling om deze tijdig te stoppen met lysozyme. Zie ook de tekst onder “pulpgisting” hierboven. Dit enzym uit kippeëiwit doodt melkzuurvormende bacteriën, maar ook lactobacillussoorten die azijnzuur vormen. Lysozyme doodt overigens geen gisten en ook niet Acetobacter, de bekendste azijnzuurbacterie.
 

Na de BZA

De rode wijn mag nu rijpen, al dan niet op vat (een verhaal apart). Er ontstaat bezinksel dat door afhevelen van de wijn wordt gescheiden. Niet vaker overhevelen dan nodig.
Als de wijn nog wat H2S bevat, moet bij het overhevelen flink worden geplensd. De H2S , een gas, verdwijnt dan. Doet men dit niet, dan kunnen zwavelbevattende mercaptanen ontstaan, die vrijwel niet meer uit de wijn te verwijderen zijn.
Het verwijderen van H2S met chemicaliën (kopercitraat) heeft nogal wat voeten in de aarde, aangezien ook dat weer verwijderd moet worden.

Hevelen kan zonodig worden gevolgd door toevoeging van KDS, waarbij een niveau van ongeveer 40 mg per liter kan worden aangehouden.

Er zijn professionals, die pas vlak voor het bottelen KDS toevoegen. Dat is niet aan te bevelen voor amateurs die minder ruik- en proefervaring hebben en hun wijn-in-wording niet regelmatig laten testen door een laboratorium. Bovendien gebruiken professionals vaak klassieke druivenrassen en de vinificatie daarvan verschilt op details toch met die van schimmeltolerante rassen.
 

Afronden van de wijn

Klaren van rode wijn is meestal niet apart nodig. Indien toch, dan kan een oude methode helpen. Per 100 liter wordt het wit van 2 eieren door wat apart genomen wijn geroerd (beslist niet het eigeel). Snufje zout toevoegen voor de oplosbaarheid, 48 uur laten staan en dan door de wjn mengen.

Eventueel kan het zuurgehalte nog wat worden aangepast, al verdient het de voorkeur dit vroeger in de vinificatie te doen. Rekening moet worden gehouden met wettelijke termijnen waarna alleen nog fijnontzuring mag worden toegepast (minder dan 1 gram per liter in eenheden wijnsteenzuur).
Een normaal zuurgehalte voor rode wijn is 4 – 6 gram (wijnsteenzuurequivalenten) per liter. Afhankelijk van eigen smaak, gewenste houdbaarheid (zuurder is langer houdbaar) of klantwensen.

Rode wijn wordt geacht droog te zijn wanneer deze minder dan 4 gram suiker per liter bevat.

Het gehalte vrije sulfiet dient voor het bottelen op peil te worden gebracht. Voor droge rode wijn gelden de wettelijke grenzen: Minimaal 5 mg per liter, maximaal 150 mg (vrij SO2).
Groot nadeel van de ondergrens van 5 mg is, dat dit spoedig uit de wijn verdwenen zal zijn en de wijn binnen een jaar al niet meer beschermd is door sulfiet. De bovengrens is hoger dan strikt nodig.
Wie zijn wijn een paar jaar wil kunnen bewaren, doet er goed aan het sulfietgehalte te brengen op minimaal 20 mg per liter of maximaal 40 mg per liter. De wijn is klaar als dit gehalte een maand of twee stabiel blijft.

Als de wijn klaar is, kan worden gebotteld, eventueel na filtratie (liever niet, kost kleur en aroma, al zijn de meningen daarover verdeeld) en bijstellen van KDS-gehalte.
Overzomeren tot in september kan ook, waarna gebotteld wordt voordat de nieuwe oogst tankruimte nodig heeft. Nog langer laten rijpen bijvoorbeeld in hout, of met hout, kan ook en is een verhaal apart.



 

Disclaimer
De vereniging van Brabantse Wijnbouwers heeft haar uiterste best gedaan om de vinificatieschema’s en werkbladen correct en actueel te houden.
Niettemin sluiten de Brabantse Wijnbouwers elke aansprakelijkheid uit voor schade die het gevolg is van handelingen op basis van deze schema’s en werkbladen.
Elke wijnbouwer/wijnmaker draagt zelf voor de resultaten van zijn of haar handelen de volledige verantwoordelijkheid.


 

Copyright
Het auteursrecht van de vinificatieschema’s en werkbladen is eigendom van de vereniging van Brabantse Wijnbouwers.
Verwijzing naar teksten uit de schema’s en werkbladen onder vermelding van de website van de Brabantse Wijnbouwers wordt toegejuicht.
Met overname van teksten wordt soepel omgegaan op voorwaarde dat overname uitsluitend is toegestaan met bronvermelding: De naam Brabantse Wijnbouwers moet worden genoemd en de exacte link naar pagina van de website van de Brabantse Wijnbouwers, waarop de overgenomen tekst is te vinden.

De vereniging van Brabantse Wijnbouwers behoudt zich alle rechten voor die verbonden zijn met het effectueren van genoemd auteursrecht.


 

Versiegeschiedenis van dit document
Versiedatum  Auteur  Status 
15 juli 2007  Bestuur Brabantse Wijnbouwers  Concept 
20 augustus 2008  Bestuur Brabantse Wijnbouwers  Definitief 
30 augustus 2009  Bestuur Brabantse Wijnbouwers  Definitief 
20 juni 2011   Werkgroep Vinificatie Brabantse Wijnbouwers   Concept 
30 juni 2011   Werkgroep Vinificatie Brabantse Wijnbouwers   Definitief 
Index
Inleiding
Werkblad rood
Werkblad wit
Schema rood
Schema wit
  Top

© De Brabantse Wijnbouwers 2018 -=- Cookieverklaring -=- Privacyverklaring -=- Met dank aan Nervatuur Groep. Powered by