Ons bindt de vriendschap en de wijn brengt ons vreugde

Aanbinden

Aanbinden in moderne wijngaarden

Wat is “Heften”?

Heften is een Duits wijnbouwkundige term dat omvat:

  • Het steken van de jonge scheuten tussen de draden.
  • Het gedeeltelijk verwijderen van okselscheuten.
  • Het met een plastiek klemmetje de draden tegen elkaar houden zodat de scheuten niet meer naar voor, achter, of opzij kunnen groeien. Dus mooi rechtop groeien wordt ondersteund.
  • Het eventueel verwijderen van teveel bladeren.
  • Het eerst werk van “Heften” gebeurt tussen mei en juni.
  • Daarna kan er weer moeten worden “geheftet”, maar dit kan machinaal gebeuren bij grotere wijngaarden. Of: in hobbybereik: met de haagschaar.

Daaruit volgt dat er tussen de rijen meer plaats vrij komt om met de tractor te rijden (bijvoorbeeld voor de bodembewerking). Daarenboven vergemakkelijkt dit de spuitbeurten.

Het beter belichten, dat noodzakelijk is voor een gunstiger bloeiverloop zowel de afdroging van de bladeren en de druiven zijn daarbij een preventieve gezondheidsbescherming.
Zo heeft het vakkundig “heften” een grote invloed op de druivengezondheid. Bovendien wordt de bouwsteen gevormd voor een optimale blad/vrucht – verhouding door overeenkomstige lange en oprechte scheuten.
Het goed “heften” schijnt de voorwaarde voor hoge en goed belichte loofwanden. Soorten met een goede vastrankheid en een oprechte groei (Riesling) hebben bij “heftwerken” duidelijke voordelen voor hangend groeiende soorten zoals Schwarzriesling. Naast de door de wijnbouwer niet beïnvloedende soorteigenschappen spelen voor een goede en rationele “heftkwaliteit” volgende factoren een rol:

  • “Heftmethode” (manueel, machinaal) en “Hefthelpers” (Heftdraaduitleggers, klemmetjes, hagelnetten).
  • Draadramen en draadordening, draadmateriaal.
  • Tijdstip van het “heften”.
  • Stokopbouw/Opvoeding en voorafgaande loofwerken zoals het uitbreken.
  • Groeikracht van de wijngaard, vroege scheut- en stokbeschadigingen (vb.: “Kräuselmilben”, vroege hagel, druivenvirussen.
  • Windinvloed, weersinvloeden;
  • Lengte van de rijen, zowel stijlheid (bevaarbaarheid, bodemoneffenheden).

Al naar gelang de soorten, Heftmethode, zowel aan te streven Heftkwaliteit zijn 2 tot 4 maal Heften nodig, die manueel, machinaal of gecombineerd kunnen worden.
Vaak worden Heftwerken met andere druivelaarswerken zoals uitbreken, ontbladeren en inkorten van de scheuten gecombineerd, wat in veel gevallen zin heeft om het besparen van doorpassages van de rijen te kunnen, anderzijds echter ook een tijdsverschuiving betekent, daar andere wijngaarden niet meer op tijd kunnen geheftet worden. Speciaal voor bedrijven die volledig van de wijnbouw moeten kunnen leven betekenen de heftwerken een intensieve werkzaamheid, die slechts door hoge tijdelijke inzet en flexibiliteit van de familiewerkkrachten resp. door seizoensarbeiders kan gebeuren.
Het inzetten van een “Heftmachine” is aldus voor bepaalde bedrijven een zinvol alternatief, daar ze zeer slagkrachtig is.

Daar waar bepaalde bedrijven met snoeren of met bast in de draden gebonden worden bestaat duidelijk nog een verbeteringsbehoefte. Vergelijkt men de werkbehoefte voor het heften tussen verschillende bedrijven, zo laten zich grote verschillen vaststellen, die zich alleen op de soorteigenschappen, de kwaliteit van heften, de hangneiging of engere rijen niet laten verklaren. Als richtwaarde zijn voor de manuele hefting, afhankelijk van de rijdichtheid en soort 22 tot 35 arbeidsuren per hectare en jaar bereikbaar, zonder dat de heftkwaliteit daaronder merkelijk lijdt. Toch liggen veelal deze waarden in de praktijk gevoelig hoger. Bij machinaal heften (2 doorritten) ligt de tijdsduur bij ca. de helft, waarbij de werkelijke pure hefttijd bij ca. 3 uren per hectare ligt, wat ook de hoge slagkracht van de machinale hefting verklaart. De kosten zijn echter bepaald door materiaalkosten, machinekosten en tractorkosten zowel een hoger loon voor de bestuurder 150 tot 200 Euro/hectare hoger dan bij rationele handhefting.

Het manueel heften

In de regel wordt tegenwoordig bij manueel heften met dubbele draden gewerkt, die uitgehangen, afgelegd en bij het heften terug ingehangen worden. 
Ook de heftmachine maakt gebruik van dit systeem, in dewelke dubbelsnoeren opgespand en de scheuten door middel van klemmetjes daarin gefixeerd worden. Er bestaat de mogelijkheid, een beweeglijk dradenpaar met enkelvoudige rankdraden te combineren of uitsluitend met beweeglijke dubbeldraden te werken. Een draadraam uitsluitend met vaste rankdraden, in dewelke de scheuten apart ingevlochten worden, komtuit praktische redenen voor nieuwe wijngaarden niet meer in vraag.

1. Heften met beweeglijk draadpaar en twee vaste bovenste rankdraden

Deze opbouwmethode is in het bijzonder goed voor de vlakke-bogen goed geschikt, daar de scheuten bij het heften bijna op gelijke hoogte staan. Het beweeglijke dradenpaar wordt voor dat de snoei begint afgelegd en neemt de scheuten bij het eerste heftgebeuren naar boven, indien het in de eerst heftstation ingehangen wordt. De nu opgerichte scheuten kunnen bij voortschrijdend bij groeien aan de bovenste rankdraden vanzelf vastranken. Door het hoger hangen van het heftdraadpaar worden bij de tweede heftdoorpassage in de rijen hangende scheutuiteinden ingeheft.

Aparte scheuten, die door het dradenpaar niet meegenomen worden, moeten nadien nog ingeschoven worden.

Deze draadramenopbouw is in de eerste plaats voor rechtop groeiende en rankende soorten zoals Riesling, Müller-Thurgau, Lemberger, Silvaner of Scheurebe als vlakbogen of zeer vlakke halfbogen (10 cm. buigdraadafstand) geschikt. Voor hangend groeiende soorten moeten de scheuten na het heften opgericht en eventueel met heftklemmetjes ondersteund worden, precies voor slecht rankende soorten en rankdraden ongeschikt.

De bovenste afsluiting vormt een enkele draad als rankdraad, daar echter het heftdraadpaar nagetrokken en tussen de beide rankdraden ingehangen wordt, staan de scheuten desondanks echt stabiel en het laat toe voldoende loofwand-hoogte over de palen te realiseren.

Nadelig is bij enkelvoudige rankdraden, dat deze niet kunnen worden afgelegd en de verranking werkelijk sterk is. Vastgemaakte scheuten moeten bij de druivelaarssnoei van de draad los gesneden worden, in het bijzonder bij het uittrekkend (of wegtrekkend) van het hout is arbeidsintensiever. Een vergemakkelijking en tijdsbesparing bieden hiervoor in het bijzonder druivelaarsvoorsnijdingsmachines, die de bovenste draad vrijstellen.

2. Heften met twee beweeglijke heftdraadparen zonder rankdraden

Bij dit werkelijk simpel systeem, dat in de nieuw aangelegde wijngaarden in de Pfalz en Rheinhessen als standaard wordt toegepast, worden uitsluitend 2 variabele heftdraadparen geïnstalleerd. Dit systeem wordt vooral voorgesteld voor de halfbogenopvoeding, is echter ook voor vlakbogen geschikt. Het is erg praktisch en heeft een goede heftkwaliteit als gevolg, ook voor minder rechtop groeiende soorten.

Hier en daar wordt ook met drie heftdraadparen (meestal met heftdraadhouders gecombineerd) gewerkt. Een wezenlijke verbetering van de heftkwaliteit wordt daarmee echter niet bereikt. Hoofdzakelijk geldt: des te meer draden er worden ingezet, des te meer werk is er bij de druivelaarssnoei/uithalen zowel de investeringsbehoefte voor nieuwe wijngaarden.

Ook het gevaar, dat draden bij het afleggen of het uithangen verschrankt, resp. verwisseld worden, stijgt. Om aparte draden gemakkelijker te kunnen ordenen, zijn er ondertussen ingekleurde draden op de markt, die bij meerdere beweeglijke heftdraden van voordeel zijn.
De vastranking is bij systemen zonder vaste rankdraden bij juiste hefting merkelijk geringer, de scheuten zouden uitsluitend tussen de draadparen omhoog moeten kunnen groeien en worden van draad tot draad naar buiten afgestoten. Een vastranking vindt in eerste plaats door nadien groeiende okselscheuten plaats.

De geringere vastranking gebeurt daardoor, omdat de heftdraadparen steeds met de groei van de scheuten, van onderaan beginnend, hoger worden getrokken, daaruit volgt dat ze ook als “wandeldraden” beschreven worden. Bij het hoger plaatsen van de draden worden eventuele voorhanden, nog zwakke vastrankingen aan de basis zonder schade voor de scheuten afgescheurd, daar de scheuten steeds een zekere stevigheid hebben. De scheuten worden door het nadien trekken van de draden gelijktijdig opgericht, de loofwand blijft slank. Zulke loofwanden zijn optimaal voor een machinale ontbladering geschikt. 

De werkwijze is de volgende, waarbij in bepaalde stappen kan worden gevarieerd:

Heftdraden afleggen

Van voordeel is, reeds na de pluk het onderste heftdraadpaar af te leggen en op stamhoogte in voorhanden zijnde “houders” (metaal- of kunststofpalen) in te hangen.
Indien kettingen voorhanden zijn, dan worden deze voordien aan de eindpalen losser vastgemaakt.

Bij lange rijen moet niet gelost worden. Het is voldoende, wanneer de draden sterk naar onder getrokken en in de eerst of tweede rijpaal in de “heftstations” onder de eerste buigdraad ingehangen worden. Hierbij kunnen naar boven open hefthaken omgebogen worden, daar mede zich de draad niet weer los gelaten wordt. Het is voldoende het draadpaar slechts in iedere derde of vijfde paal in te hangen, dit vergemakkelijkt later het naar boven trekken.

Een zomaar ondoordacht afleggen op de bodem zonder in te hangen, benadeelt het druivenstokhakselen zowel als de in het voorjaar de bewerking van het onderst stamgedeelte (borstel, schijf).

Ook om regelmatig diep te buigen te vermijden zou niet te dicht bij de bodem ingehangen mogen worden. Gunstig is het eerste “station” onder de buigdraad. Alternatief kunnen ook heftdraadklemmen net op de stamhoogte aan ongeveer telkens de vierde paal verkeerd om aangebracht worden (als omgekeerde V, draadoog werd voordien verwijderd) , de afgehangen draad wordt eenvoudig tussen 2 palen en draadklemmen gespannen en kan voor het heften probleemloos naar buiten toe vrij gehangen worden. Sommige bedrijven bevestigen de heftdraden aan afgrenzende stabiele kunststofsnoeren, die alle paar palen bevestigd worden. In afgeworpen toestand hangen de draden dan net onder de stamhoogte, bij hoogheften zowel als bij ander werk storen de snoeren niet uitzonderlijk.
Wordt nu voor het vrij frezen het bovenste heftdraadpaar van de voorsnijder ingezet, dan zijn de ingekorte twijgen quasi van elke draadvastranking bevrijd. Sommige bedrijven leggen het onderste heftdraadpaar in plaats van naar onder, na het voorsnijdingsinzetten in de dan gefrezde tweede bovenste heftstation losjes in.

Hier stoort het evenzo weinig voor de daarop volgende werken (buigen, uitbreken aan de stam) en is ergonomisch gunstiger daar de rug minder belast wordt. Het wordt dan direct voor het heften op de bodem afgelegd, wat bij open hefthaken zeer snel plaats vindt.
Indien er geen voorsnijder ingezet wordt, dan kan bij sterke verhouting en vasranking (in het bijzonder bij Riesling) nog toegevoegd telkens de binnenste aparte draad van het hogere heftstation naar onder afgelegd worden, zodat in de houtsnijderij alleen nog de bovenste draad van elke rij ter ondersteuning blijft. Alle vier de heftdraden afleggen heeft als gevolg, dat de verhoutte loofwanden kunnen omkippen, wat dan geen vergemakkelijking druivelaarsnoei/ uithalen meer plaats vindt en bijzonder negatief bij zeer hoge loofwanden is. Daarbij moeten de draden duidelijk afzonderlijk worden gehouden daar anders draadverwisselingen het gevolg zijn. In zoverre niet reeds voor de snoei de draden afgelegd worden, zoals in jonge wijngaarden of bij zwak rankende soorten, dat gebeurt dit in het voorjaar het beste voor het buigen, ten laatste bij manueel uithalen in de nabijheid van de stam en de kop. Is er tussen het afleggen en de eerste hefting geen machinale bewerking, dan kunnen de draden eenvoudig op de bodem geworpen worden. Er is voorzichtigheid geboden, indien een rijkelijke winterbegroening (vb.: koolzaad) bestaat, want de afgelegde draden kunnen binnen enkele dagen bij goed weer in de begroening ingroeien en bij het hoog trekken blijven resten achter aan de draad. Een voorafgaande mulching of herbicidespuiting in het onderstam-niveau is eventueel aan te raden.

Er zouden zich tijdens de twijggroei geen beweeglijke heftdraden in het bovenste rank-niveau van de scheuten mogen bevinden, want ranken zich de scheutuiteinden daaraan vast en worden deze draden daarop volgend bewogen, zo scheuren de scheutuiteinden of ganse scheuten af;

Vroege heftpassage vermijdt windbreuk

In windopen wijngaarden is de tijd tussen het uitlopen en de eerste hefting zeer kritisch wat betreft het windbreukgevaar. In het bijzonder Dornfelder en Portugieser vertonen hier een hoge breukgevoeligheid. Des te stoerder deze scheuten zijn, des te groter is het breukgevaar. Een zeer korte aansnit is daarom dubbel zo kritisch te zien. Hetzelfde geldt, wanneer er een sterke scheutreductie gebeurt. Verder kippen ongehefte vlakbogen zeer gemakkelijk om, van zodra de naar boven groeiende scheuten een lengte van 10 tot 20 cm hebben. Daartoe volstaat reeds de zwaarte van de groeiende scheuten. Een vroegere heftpassage heeft voordelen, daar de scheuten reeds vroeg beschermd worden. Daar toenemend in aansluiting met de bloei een vroegere gedeeltelijke ontbladering gebeurt, zijn ook hier vroege en exacte heftwerken noodzakelijk, om beschadigingen zoals het afscheuren of knikken van de scheuttoppen te vermijden.

Bij de vlakboogcultuur wordt het afgelegde heftdraadpaar – al naar gelang de lengt van de scheuten – in overeenkomstige hoogte in de “hefthaken” ingehangen, zodat mogelijks alle scheuten ingeheftet zijn. Zijn in het bijzonder bij hangend groeiende soorten heftklemmetjes noodzakelijk, zo is het van voordeel eerst de draden in positie te brengen en dan de rijen nogmaals af te lopen en vast te klemmen. Eén tot twee klemmetjes tussen de deelpalen (tussenpalen) zijn voldoende. Geklemd wordt slechts, waar scheuten opgehoffen zouden moeten worden of draden breder van elkaar staan.

In plaats van klemmetjes kunnen de dubbeldraden ook door middel van gemakkelijk verwijderbaar binddraad, verrotbare papierklemmetjes of geklemd papierband verbonden worden. Bij het afleggen van de draden worden deze éénmalige bindingen gemakkelijk opgengereten.

Duurzame kunststofklemmen moeten bij het afleggen van de draden geopend worden en blijven met de draadvasthouding aan een aparte draad gefixeerd. Naar gelang de draadsterkte zijn er geschikte varianten van klemsterkten in de handel. Worden er palen toegepast met slecht inhangbare hefthaken (in het bijzonder bij metaalpalen met schuine insnijding) of ligt het heftstation van houten paal nog te ver naar boven, dan kunnen de echt sterk gespande heftdraden ook door middel van klemmetjes samen gehouden worden. In het bijzonder wanneer het dradenpaar later nog naar boven gerukt wordt, brengen nabije hefstations werkingsmoeilijkheden met zich mee en leiden op den duur eventueel tot draadbeschadigingen. Voor machinale draadaflegsystemen zijn éénmalig te gebruiken klemmetjes van voordeel.

Heften bij de half- resp. pendelboogcultuur

Bij de halfboogcultuur is het omkippingsgevaar niet aanwezig, omdat de buiging niet om zijn eigen as kan draaien. Daardoor kan de eerste heftpassage iets later gebeuren en men is qua tijd wat variabeler. De hefting gebeurt, van zodra de twijgen beginnen te neigen in de rij te hangen. Ongunstig voor het heftwerk zijn wijde buigdraadafstanden (boven de 30 cm) In het bijzonder de dieper staande snavelscheuten worden met slechts één hefting nauwelijks vast gemaakt. Bij grote aansnit (tweebogensnit) kunnen deze niet bevatte snavelscheuten verwijderd worden. Daarmee worden scheutdichtgroeiingen in de omgeving van de neergaande boogdruivelaars vermeden. Ingekorte gepinde snavelscheuten zouden wegens hun ongunstig blad/vrucht –verhouding eigenlijk tot het verleden moeten behoren. Bij de éénboogsnit hebben in de regel de snavelscheuten genoeg plaats in de draadramen. Ze moeten echter nadien manueel ingeheft worden; om dit te vermijden zijn er twee mogelijkheden:

  1. Men heft eerst met het eigenlijk voor bovenaan voorziene draadpaar, in dewelke deze afgeworpen en in het eerste heftstation over de buigdraad ingehangen wordt. Het onderst heftdraadpaar blijft in de draadconstructie. Zijn de snavelscheuten voldoende lang en groeien de bovenste scheuten uit het eerst heftstation, dan wordt het reeds gehefte draadpaar hoger geplaatst en het andere, nog aan de bodem gifixeerde paar nageleid. Eventueel kan er steeds een station hoger gehangen worden. Daarmee worden de tevoren niet meegenomen scheuten volledig opgenomen.
  2. Een andere mogelijkheid bestaat erin, het reeds bij de eerste hefting reeds alle 4 de heftdraden ingehangen worden, daarbij wordt het onderste heftdraadpaar zowat in het midden van de boog geheft. Het bovenste draadpaar wordt in het heftstation boven de buigdraad ingelegd, zo zin nagenoeg bij de eerste hefting alle scheuten van de halfboog gefixeerd en worden opgericht, het windbreukgevaar is verregaand verbannen.

Algemeen geldt voor de eerste hefting, dat de heftdraden niet in alle stations moeten worden ingehangen. Het is in de regel voldoende, de draad slechts in elke tweede heftstation in te hangen, daar hij bij voldoende spanning desondanks vast aan de scheuten aanligt. Des te oprechter een soort groeit, des te losser kan er geheft worden. Hetzelfde geldt voor het aantal vastklemmingen. Bij rechtop groeiende soorten zoals Dornfelder, Riesling, Cabernet dorsa of Sylvaner moeten heftklemmetjes slechts in windopen wijngaarden ingezet worden. Vele bedrijven werken zelfs succesvol zonder enige gebruik van klemmetjes.

Navolgende heftdoorpassages

Bij de tweede, resp. derde heftpassage worden alleen de dubbeldraden hoger gelegd, tot met het bovenste heftdraadpaar de hoogste draadstation bereikt wordt. Wordt er met klemmetjes gewerkt, dan worden de klemmetjes eenvoudig mee naar omhoog getrokken, hangende scheuten worden daarbij juist opgericht. Belangrijk is, dat er niet teveel geklemt wordt om geen “opstopping” te verwekken. De heftwerken zijn in de regel met de eerste loofsnit afgesloten. Precies in bedrijven met grote oppervlakten die met weinig personeel werken, groeien vaak in mei of juni de druiven sterker, dan ze met de heftwerken kunnen worden opgevolgd. Hier geldt dan in noodgeval hoeveelheid voor kwaliteit, aldus de oppervlakteprestaties te stijgen en het vijne werk aan het loof onder te laten of te verschuiven. In geen geval zou het voorkomen, dat scheuten tegenoverliggende rijen samenranken of in grotere omvang afknikken. Moet de loofsnijder ingezet worden voordat de heftwerken afgesloten worden, dan gaat dit in de regel ten koste van een goede loofwandvorming.

Het gevolg van deze noodmaatregel zijn sterkere okselscheutengroei aan voortijdig en te sterk ingekorte scheuten zowel hoge groei. Vroege loofsnit bevordert de diktegroei van de bessen ten koste van de druivenkwaliteit. Precies voor de bovenste hefting heeft alternatief de loofhefter naast de slagkracht ook een ergonomisch voordeel, daar bij manueel heften de strekkingen die de persoon moet maken uitputtend kunnen werken. 
Een meelopend topmes stabiliseert daarmee de loofwand. Het heeft echter eveneens het nadeel, dat de druivencompactheid door verhoogde bessendichtheidsgroei toeneemt.
Na de eerste loofsnijding, zowat bij graan- tot erwtengrootte van de bessen zou het onderste heftdraadpaar met 2 stations hoger gehangen worden, zodat het uit de druivenzone is.
Daarmee worden enerzijds de voorhanden zijnde ranken afgeritst, anderzijds hangen de trossen niet op de draden, resp. groeien daarin in, wat een positieve invloed op de druivengezondheid (sanitaire toestand) heeft. 

Aanbinden, deel II

In het tweede deel van zijn beschrijvingen met Heften in moderne wijngaarden gaat Gerd Gödz, DLR Rheinpfalz, op het Heften met Hetdraadhouders, Hetdraadklemmen en Multifunctionele netten in. Verdere thema’s zijn het optimale tijdstip van het heften zowel de behoeftes aan de draadramen.

Op de markt bestaan er verschillende Heftuitleggers, die zich qua materiaal en functie laten verschillen. Ook zelfgemaakte oplossingen worden in de praktijk gebruikt.

Ze bieden volgende voordelen:

  • De heftdraden moeten niet afgelegd worden. Ze worden in de uitleggersgaatjes geleid resp. de heftklemmen worden alleen geopend en de draden blijven helemaal daarin. Daardoor stoort geen draad in de nabijheid van de grond op de bodem.
  • De uitleggers ondersteunen de scheuten bij de groei. Daardoor wordt een omkippen bij vlakbogen zowel als scheutafbreking wezenlijk verminderd. Toch kan er schade voorkomen.
  • Het heften wordt qua tijd variabeler, de scheuten blijven door de ondersteuning lang rechtop georiënteerd.
  • Er kan zeer snel ook de tegenoverzijde geheft worden. Het bukken en uittrekken aan de paal valt weg, zo kan dubbelrijig gewerkt worden.
  • Het eigenlijke heftwerk is in vergelijking tot de beweeglijke draden geringer.
  • Ook zeer korte rijen kunnen nog goed gespreid worden (paaldelen, toprijen).
  • Draadverwikkelingen zijn uitgesloten, wanneer de draden permanent in de heftdraadklem verblijven.

Nadelen:

  • Hogere investeringskosten zowel een grotere wachttijd.
  • Gedeeltelijk kan de draad niet voor de druivensnoei afgelegd worden. Het machinale voorsnijden is door de noodzakelijke ontranking bemoeilijkt resp. niet meer mogelijk. De snit- en buigwerken worden benadeeld.
  • Na de installatie is het Heftstation relatief fix in toestand. Veranderingen aan de draadramen (vb.: vermindering van de buigdraadafstanden) zijn problematisch.
  • Wanneer de draad niet uit de klemmen kan worden uitgehangen, is men aangewezen op het heftstation. Een variabel Heften afhankelijk van de scheutlengte kan niet gebeuren, evenzo kan het Heftdraadpaar later niet hoger gelegd worden.

Na het buigen, echter ten laatste na het uitbreken, moeten de uitleggers in positie gebracht worden. Daartoe worden de uitleggers opgesteld en één of beide Heftdraadparen daarin ingeklikt. Niet uithangbare klemstaalbeugels (heftklemmen) worden slechts gelost en zin zo in Heftpositie. Nadat de scheuten mogelijks aalleen door het “Heftstation” door gegroeid zijn, worden de beugels gesloten (samengeklapt of omgedraaid). Al naar gelang de constructie verblijft het Heftdraadpaar in de beugels (klapbare uitleggers resp. Heftdraadklemmen) of het kan in de Hefthaken van de paal worden ingehangen (draaibare uitleggers). Zij de draden uithangbaar, dan kunnen de draden lager hoger gelegd worden (wandeldraden).
Voorwaarde voor een zinvol gebruik van de uitleggers is, dat ze na de Hefting niet meer in de rij afstaan, zodat de loofsnit en de pluk met plukmachine niet benadeeld worden. Ze mogen niet terug opspringen, om niet eventueel door de loofsnijder aangetast te worden. Heftklemmen zijn vaak met een behoudklem uitgerust, die een zeker versluiten waarborgt. De draden moeten niet nog maar eens in de paalhaken ingehangen worden.
Al naar gelang de groei (rechtop, hangend) zowel de windinvloed op de wijngaard worden de uitleggers aan de draadramen overeenkomstig hoog over de buigdraad geïnstalleerd. Bij rechtop groeiende soorten is gewaarborgd, dat de scheuten ook nog hoger zonder problemen tussen de uitlegdraden ingroeien (eerste Heftstation zowat 30 cm boven de bovenste buigdraad), de Hefting kan dan later gebeuren.

In windopen wijngaarden zowel bij zelfhangend groeiende soorten moet het eerste Heftstation 10 cm lager liggen, de hefting moet daarbij vroeger gebeuren. Bij niet uithangbare Heftklemmen zou bij probleemsoorten (Schwarzriesling) nog een aparte steundraad 20 cm boven het eerste Heftstation ingetrokken moeten worden. Praktisch is het, slechts het eerste Hefstation met Heftklemmen uit te rusten en in plaats met een tweede variabele Heftdraadpaar te werken. Bij uithangbare uitleggers kan het bovenste draadpaar, nadat de eerste hefting gebeurde, in de nog uitgeklapte uitlegger gelegd worden. Bij de tweede doorpassage wordt vervolgens het onderste Heftdraadpaar eventueel hoger gezet, dan het bovenst Heftdraadpaar in de bovenste Hefthaak aan de paal ingehangen en tenslotte de uitlegger omgedraaid resp. versloten. In moeilijk mechaniseerbare wijngaarden (steile wijngaarden) maken uitleggers/klemmen ook voor het bovenste Heftstation zin, door goed door de loofwand doorgevat kan worden, om de telkens tegenoverliggende draden in te hangen; zo kan dubbelrijig gewerkt worden. Al naar gelang het fabrikaat is het voldoende, slechts elke tweede tot elke vijfde paal met uitleggers uit te rusten. Voorzichtigheid is echter geboden bij het dalen, daarmee zich hier de draden niet van zelf kunnen uitklingen, moeten uitleggers eventueel verkeerd om, aldus met de opening naar onder, ingezet worden. Bij het gebruik van Heftklemmen uit Heftstaal kan het gebeuren, dat deze met de tijd lam worden en de draad dan doorhangt. Dit is het geval, indien de afstand tussen 2 klemmen te groot wordt (3 paallengtes) of zware draad (volledig verzinkt) gebruikt worden, dan zouden daarbij nog klemmen ingebouwd moeten worden, omdat de scheuten niet meer gesteund worden. Om met hefthaken aan de rijuiteinden een voldoende spreiden zouden bereiken, zouden aan de eerste en laatste deelpaal starre uitleggers ingezet worden. Ook voor zeer korte rijen kommen starre uitleggers eerder in vraag, daar zich andere klemmen niet genoeg uitspreiden.

In alle gevallen moet de uitlegger aan de paal passen, de fabrikanten hebben voor alle gebruikelijke deelpalen overeenkomstige groottes en aanbrengmogelijkheden (als verschroeving, openingsband, bevestiging in voorhanden Hefthaken) paraat. In oude wijngaarden met houten palen loont zich een nadien aangebrachte uitrusting niet, daar bij wisseling van defecte palen de uitleggers eveneens gewisseld moeten worden. Voor nieuwe wijngaarden heeft zich daarentegen de investeringskost snel terugbetaald gemaakt, omdat daardoor het heften versneld wordt en kan worden verbeterd.

Nieuw op de markt zijn Heftdraadklemmen (Fabrikaat IWT-Steiner, Pfedelbach-Unterhöfen) met een speciale gaatjesconstructie, die het mogelijk maken dat de Heftdraden probleemloos uit het klemmetje uitgehangen en variabel in de paalhaken ingehangen kunnen worden.

Zo laten zich de heftdraadparen later uit de druivenzone uithangen, ook het afleggen van de draden voor de snoei is mogelijk. Het sluiten resp. het openen van de klemmen gebeurt met behulp van een speciale “sluitkamer”, die daartoe naar boen of naar onder toe getrokken wordt. Zo is verzekerd, dat de klemmen bij het “uitklinken” van de draden niet meer kunnen terug openspringen. Het heften wordt versneld, omdat de draden niet in de hefthaken aan de paal moeten worden gehangen. Het uitklinken van de draden is zowel in geopende als ook in gesloten toestand van de klemmen mogelijk.

Aanbinden met multifunctionele netten

De nieuw ontwikkelde zijdelingse hagelnetten uit kunststof van de firma Wagner GmbH in Ehrenkirchen/ Baden maken het mogelijk omnaast de bescherming tegen weersinvloeden (hagel, windbreuk) zowel naast vraatschaden ook een gevoelige vergemakkelijking van de heftwerken, daar de scheuten tussen de netbanen omhoog groeien en slechts nog boven de netten geheft moet worden. Daartoe worden de netten na het uitbreken in beschermpositie afgewikkeld. Gelijktijdig zijn de scheuten tegen windbreuk, hagel als reeënvraat beschermd. De voordelen van deze netten komen in het bijzonder in slecht mechaniseerbare wijngaarden (schuine terrassen) zowel in gebieden met zeer vaak voorkomende hagelslag ter inzet. Echter ook in wijngaarden, die direct aan wouden of bossen grenzen, bij vroege soorten en tafeldruifgebieden (wild-, vogel- en insektenbescherming) zowel voor zeer waardevolle wijngaarden (bijvoorbeeld hoge kwaliteitswijngaarden als voor wijngaarden bedoeld voor Ijswijn) waar de druivelaar nauwelijks kan worden vervangen. Door de meervoudige benuttigingen kan zich de hoge installatiekost (ca. 13 000 Euro/ha) echt snel betaalbaar maken. Echt vroege hagelslag leidt tot afgeslagen scheuttoppen en beschadigd hout. De negatieve uitwerkingen zijn in het bijzonder bij het heften (afbreken van scheuten, sterke okselscheutengroei) resp. noch bij snoei- als buigen in het volgende jaar te zien, ook wanneer de opbrengstschaden binnen de grenzen houdt. Elkeen, die reeds eenmaal hagelbeschadigde scheuten opgeheftet heeft, weet, hoe ontnuchterend het gegeven achteraf uitkijkt.
Daardoor is het vermijden van zulke schaden de meest praktische oplossing.

Daarmede de beschermingsfunctie wordt vervuld, moeten de netbanen afgerold zijn, wat door een manuele zwengel gebeurt. Door een afsluitende lijst wordt het net steeds strak gehouden en blijft gespannen, zodat hagelkorrels daaraan afrollen. Boven is elke netbaan telkens aan een draad bevestigd. De scheuten groeien tussen de banen door de draden. De trossen blijven tijdens hun totale ontwikkeling onder het zeer lichtdoorlaatbare net beschermd. Bij het oprollen van de netbaan wordt het net met de aantrekbare zwengel tijdens de vegetatie zoals het uitbreken, ontbladeren, wegnemen van okselscheuten, verwijderen van onontwikkelde trossen, wordt het net voorlopig naar boven gerold en daarna weer neergelaten. Daarbij ritsen ook verrankingen af, die het net anders zouden beschadigen. Zolang de ranken nog zacht zijn moeten daarom de netten tijdens de vegetatie enkele keren op- en afgewikkeld worden, ook wanneer verdere loofwerken onder het net zouden moeten gebeuren. Ter fixering van de omhoog gerolde netgedeelte wordt deze d.m.v. een fixeerinrichting aan het rijeinde (hakenplaten uit kunststof) in de draden ingehangen. Het afrollen van het net kan principieel ook zonder zwengel gebeuren. Echter voorkomt de zwengel schade aan het net door te snel, abrupt afrollen (bij het laten vallen van het net).

Belangrijk is, dat tijdens de hoofdlengtegroei van de scheuten de netten niet al te lang (max. enkele uren) in opgewikkelde toestand blijven, daar anders de scheuten zijdelings kunnen wegkippen (in het bijzonder bij vlakbogen) en bij het terug neerlaten van het net afbreken resp. aan de top afknikken.
Steeds zouden enkel de rijen opgewikkeld moeten worden, in de welke werkelijk loofwerken doorgevoerd worden, direct daarna zouden de netten terug afgerold worden.

Optimale tijdstip voor het aanbinden

Een voordeel van de vroege Hefting is, dat kortere scheuten zich gemakkelijker laten leiden dan langer gegroeide. Het afbreekgevaar is bij scheutlengtes van 30 tot 40 cm het hoogst. Zijdelings neigende scheuten kunnen reeds door hun eigen gewicht afbreken. Kortere scheuten zijn in het bijzonder ter hoogte van de scheuttop zeer flexibel. Ook is de belasting bij opheften op de bijzonder gevoelige breukplaats, de scheutenbasis (Hevelwerking = Kracht x Werk) geringer. Bij scheutlengtes boven de 50 cm is de verhouting aan de scheutbasis reeds zo ver gevorderd, dat zelfs afwaarts hangende scheuten niet meer gemakkelijk afbreken.

Echter ranken zich te lang geworden scheuten aan de bodem of de begroening vast en reiken zover in de rij, dat lang wachten zonder hefhthulpmiddel (vb. draaduitleggers) geen zin heeft. In zover (gewilde) scheutafbreking bewust als maatregel ter beluchting van de loofwand geaccepteerd wordt, ligt in het oordeel van elke bedrijfsleider en bepaalt eveneens het tijdstip van de eerste hefting. Bij kritische soorten zoals Portugieser kan op den duur de stokvorm lijden, daar geschikte aansnitscheuten ontbreken; Waar echter overopbrengsten (Müller-Thurgau, Regent, Silvaner) zouten moeten vermeden, kan een gecalculeerde scheutafbreking door uitgestelde hefting doorgaans ter overweging genomen worden.

Waar het om gaat, optimale loofwanden te kweken, moet de (eerste) hefting exact gebeuren. Net bij vlakbogen beslissen vaak uren, of het heftgegeven slaagt of door onnodige inspanning mislukt.

Voorwaarden aan de draadarmen

Vaak mislukt het Heftstysteem, omdat de draadparen qua stabiliteit niet op het heftsysteem toegepast wordt. Belangrijk zijn in het algemeen voor alle systemen genoeg straf gespannen draden, bij behoefte nog in de loop van de standtijd de eindverankering niet meegegeven. Dit komt een bijzondere betekenis toe. In noodgeval moeten de eindankers en palen opnieuw ingezet (eventueel ingebetonneerd) worden. Precies de eindstokken aan de eindpaal laten zich moeilijk inheften en moeten onder omstandigheden apart opgebonden worden. In nieuwe wijngaarden zou daardoor geen stok meer buiten de eindpaal staan, zodat de scheuten probleemloos kunnen worden opgeheftet. Deelpalen zouden een variabele en eenvoudige hefting moeten mogelijk maken. Dat geldt zowel voor de aanordening van de hefthaken als ook die van de heftstations. Houten palen hebben daar een verdere graverend nadeel, omdat de zich ingeslagen krammen met de tijd lossen. Kunststofpalen met uitgedeinde haken zijn daarentegen zeer goed geschikt. Worden heftkettingen gebruikt, zo zouden deze lang genoeg moeten zijn (14 kettingoogjes in plaats van 7) en beide eindpalen zouden daarmee moeten uitgerust worden, om van elke kant nagespannnen te kunnen worden.

Praktisch zijn kettingen, omdat deze zich uit – en in kunnen laten hangen, om scheuten direct aan de eindpaal te kunnen inheften, niet elke eindpaal is echter voor het aanbrengen van de spankettingen geschikt. Bij zeer korte rijen, zijn de gebruikelijke spankettingen onpraktisch, daar aparte indelingen te groot zijn, om de draad strak te spannen. Een mogelijkheid bestaat, tussen kettingen en draad aan één zijde van een klem te monteren en kettingen met engere kettingen te gebruiken. Ook uitdeinbare kunststofdraden hebben bij korte rijen bepaalde voordelen. Als Heftpaar worden de einden verknot, deze slang kan daarna met toenemende groeilengte omhoog getrokken worden. Twee aparte draden bovenaan zorgen voor de nodige stabiliteit. De eindpalen zouden mogelijks weinig naar buiten geneigd zijn, aldus loodrecht staan. Echter scheuren volkunststofdraden gemakkelijk door en zijn zeer gevoelig voor snitbeschadigingen, daarom is hun gebruik in de wijnbouw beperkt.

Indien de heftdraden aan de eindpaal vast gemonteerd worden, kan de draad in de regel niet meer tijdens het uit- en inhangen gelost worden. Bij lange rijen blijven de draden door hun eigen deining desondanks genoeg gespannen resp. kunnen ze ver genoeg naar onder getrokken worden en daar gefixeerd worden. Doelmatig voor vast gemonteerde heftdraden zijn fijn justifieerbare draadspanners (vb. los- en spanbare Gripple draadspanners “plus”). Aan de eindpaal vast gemonteerde dubbeldraden zouden daar om de 10 tot 20 cm vervangen aangebracht zijn (Het stellen aan de draad, geringer vastheid) en zijn iets starrer dan staaldraden. Dik verzinkte draden of kunststofomgeven draden zijn zachter en niet zo corrosiebestand.

Ze worden tegenwoordig nauwelijks nog ingezet. Roestige of broos geworden draden zouden moeten verwisseld worden, voor zoverre de wijngaard nog langer moet blijven bestaan.

Combinatie met andere loofwerken

Indien slechts heftdraden ingehangen zijn, hoger gezet zijn of uitleggers gesloten worden, kan op effen of vlak geneigde oppervlakten een hoge arbeidsproductiviteit bereikt worden. Indien het erom gaat, windbreukbeschadigingen te vermijden of aanstaande plantenbeschermingsdoorpassages mogelijk te maken, kan zeer slagkrachtig een manuele hefting gebeuren.
Toegevoegde werken zoals het uitbreken, scheuten rechtop te richten of scheuten in te korten gebeuren bij deze heftdoorpassage niet.

Indien “wandeldraden” enkel enige stations hoger gehangen worden, kunnen de draden van de desbetreffende tegenoverliggende zijden meegenomen worden, in dewelke door de loofwand dwars door behandeld worden. Daarmee laten zich per doorpassage één of twee delen compleet heften. Precies hulpkrachten laten zich zonder lange aanleerperiode voor manuele heftwerken inzetten, voor zoverre met een gestandaardiseerd heftsysteem in dit bedrijf gewerkt wordt. Voor steilere wijngaarden bepaalt de steilheid het arbeidstempo mee en leidt vlug tot vermoeidheidsverschijnselen. Voor zoverre de wijngaard nog bij direct werken bewerkt wordt heeft de machinale hefting voordelen.

Bij manuele hefting, biedt zich aan, uitbreekwerken van steilere wijngaarden gelijk mee af te werken. De heftdraden zouden mogelijks niet door doorpassages onderbroken worden. Een steile wijnberg kan echter door meerdere personen dwars geheft worden, in de welke zich deze in de eerste rijen gelijkmatig met elke tweede paal verdelen en die voordien gemakkelijk gespande en afgelegde draden in de hefthouders hangen. Daarbij gaan de arbeiders telkens op hun hoogtelijn dwars door de rijen door en hangen elke resp. elke tweede paal of sluiten de heftklemmetjes tot de laatste rij bereikt wordt. Dit is minder moeizaam als voortdurend lange rijen op- en af te gaan. In het vervolg van navolgende loofwerken kunnen, waar nog de behoefte bestaat, de draden met heftklemmetjes gestabiliseerd worden.

Hoofdzakelijk is een mogelijks geschematiseerde stokopbouw (rechtop, gelijk hoge stamhoogte, gelijk aansnitniveau, gelijke opvoeding, bogenvorming, gemiddelde groeikracht van alle scheuten in de wijngaard, vooraf uitbreken kopniveau/kommerscheuten) een bouwsteenvoorwaarde, om de daarop opbouwende stokwerken te optimaliseren en te versnellen, wat in het bijzonder voor heftwerken geldt.
Dit kan zeer rationeel, slagkrachtig en kostenbewust de telkens gewenste druivenkwaliteit gekweekt worden en is als voorbeeld zeer gunstig, indien reeds ingehefte korte scheuten terug uitvallen, omdat het dradenpaar hoger gehangen wordt.
 

Bronnen: Heften in modernen Rebanlagen-Teil 1, Die Winzer-Zeitschrift, mei 2010,  Heften in modernen Rebanlagen-Teil 2, Die Winzer-Zeitschrift, juni 2010 

Vertaling:  Johan Segaert-vanden Bussche, de Brabantse Wijnbouwers (april/mei 2013)