Ons bindt de vriendschap en de wijn brengt ons vreugde

April 2013

Groeiachterstand

Het zeer koude weer van de maand maart heeft de groei duidelijk afgeremd. Met het begin van de lente en de daarmee samengaande bodemopwarming begint in de regel het groeien van de wijnstok en de ondergroei. De planttijd voor wijnstokken ligt tussen eind april en begin mei, nadat de bodem enigszins opgewarmd is. Vóór het uitlopen moeten het uitbuigen en aanbinden klaar zijn.

  Het effect van de kruismijt. Taxuskever; gegroefde lapsnuitkever

Na het snoeien, uitbuigen en aanbinden is het de beurt aan de bodembewerking en de bemesting als zwaartepunten van het werk in de wijngaard. Bij het uitlopen moet er in het bijzonder gelet worden op schadelijke insecten (…).

Schadelijke insecten tijdens het uitlopen

Afhankelijk van de weersomstandigheden kan er bij het uitlopen door bepaalde insecten veel schade aangericht worden. Zorgelijk is in de laatste jaren het weer sterkere optreden van de kruismijt. Doordat er in dit vroege stadium nog geen roofmijten zijn, kan de kruismijt schade veroorzaken in de vorm van gebrekkige groei en vervormde jonge blaadjes (…).

Rhombenspanner: de vlinder, de vraatschade en de rups.

Bij overlast in het voorjaar in de periode tussen het zwellen van de knoppen en het wolstadium de kruismijt bestrijden met zwavel en een oliepreparaat [of zwavel met waterglas]. Ook moeten de wijnstokken gecontroleerd worden op de aanwezigheid van de ‘Rhombenspanner’ [een bruin-grijze nachtvlinder] en de lapsnuitkever of taxuskever [eveneens ‘snachts actief]. Indien mogelijk deze diertjes verzamelen [en afvoeren]. Bij grote wijngaarden en bij het overschrijden van de schadedrempel (20% aangetaste knoppen) de juiste insecticiden gebruiken. (…).

Bodembewerking en bemesting

We hoeven niet langer te wijzen op de voordelen van een correct toegepaste ondergroei, permanent of tijdelijk van aard. (…) De basis van een optimale ondergroei, die voor een voldoende stikstoftoevoer aan de wijnstok zorgt, bestaat uit een nieuw systeem van stikstofbemesting en een goed van humus voorziene bodem. Humus verbetert het watervasthoudend vermogen van de bodem en de beschikbaarheid van de nutriënten voor de wijnstok. Aangezien wijngaarden traditioneel veel organische stof verliezen, moet er aan bodems met een laag humusgehalte veel organische stof toegevoegd worden. In het algemeen moet de jaarlijkse bemesting berusten op een bodemanalyse. Nutriënten kunnen in de vorm van combinatiebemestingen toegevoegd worden tot aan het 2-bladstadium (de uiterste termijn voor stikstofhoudende bemesting). (…) In de regel bestaat de bemesting uit 30 tot 80 kg pure stikstof per hectare.
Als er organische stoffen gebruikt worden voor de bemesting moet dit verrekend worden bij het vaststellen van de totale behoefte aan bemesting. Als bronnen van organische bemesting kan men Tabel 1 raadplegen. Men dient in gedachten te houden dat het bij nieuwe aanplantingen en bij het opnieuw inzaaien van ondergroei zinvol kan zijn een keer diep te ploegen. Om het terugvallen in verdichting te voorkomen moet de bodem bij het opnieuw planten en bij het nieuw inzaaien van ondergroei het berijden met machines kunnen verdragen teneinde een wat losse structuur te kunnen behouden. Het diepploegen van natte grond is niet zinvol. Om kompost gelijkmatig te verdelen bestaan er speciale strooiers. (…).

Organische
mest
eenheid N kg/eenheid P2O5
Kg/eenh
K2O
Kg/eenh
Humus
Kg/eenh
Eenh/ha Humus x jaar voldoende
Geperste
pulp
 m3  3,5  1,0  5,5  150  30-40  1 to 3
Stro  Baal  0,05  0,03  0,14  12  500-1000  2 tot 5
Stalmest  Ton  5  3  6  200  20-30  2 tot 3
Compost  Ton  4,5  2,5  5  200  20  2 tot 3

Tabel 1. Humusleveranciers voor de wijnbouw (richtgetallen).

Onder verrekening van het achterblijvende snoeiafval e.d. hebben onze gronden tussen de 2000 en 4000 kg organisch materiaal [per hectare] nodig. Het verbruik van organisch materiaal hangt af van de teeltwijze en
–intensiteit. Wijngaarden met ondergroei verbruiken minder organisch materiaal dan wijngaarden met kale ondergrond.

Bijplanten van productiewijngaarden

Vanaf half april doet zich ook de evt. noodzaak voor stokken te vervangen. De vraag is, tot welke leeftijd van de wijngaard het bijplanten zinvol is; het hangt vooral af van de hele bedrijfsstrategie. Gaat het om kwaliteitswijn uit oude wijngaarden, dan moet het bijplanten zeer gewetensvol gedaan worden, want een aanplant met veel vervangingsstokken voldoet niet aan de eisen. Normaal gesproken kan het bijplanten doorgaan tot een leeftijd van vijftien jaar van de wijngaard. Aangezien bijgeplante stokken het in productiewijngaarden erg moeilijk hebben, raden we aan gebruik te maken van hoogstamstokken of plantenkokers te gebruiken. In beide gevallen is het succes tamelijk groot, doordat voedings-, water- en lichtconcurrentie verminderd worden en de jonge aanplant relatief beschermd is bij de onkruidbestrijding.

De apparatuur uit het vet halen

Vanaf half april moet de nodige apparatuur weer in orde gemaakt worden, om straks problemen te voorkomen. Met alles ook even proefdraaien, natuurlijk.

Bron: WINZERPRAXIS.DE © 2009 Verlag Eugen Ulmer, Stuttgart
Werk in de Wijngaard 4, April 2013
Auteur: Tim Ochβner
Vertaling: PS

Begrippenlijstje van beschermingsmiddelen

Contactmiddel; contactstof:
Dit soort stoffen tast de schadeveroorzaker aan, maar dringt niet de wijnstok in.
Aangezien contactstoffen aan de oppervlakte blijven, kunnen ze door stevige regen geheel of gedeeltelijk weggespoeld worden.

Diepwerkende middelen:
Deze stoffen kunnen tot op zeker hoogte het weefsel binnendringen. Vele blijven hangen in de waslaag (cuticula) en laten daar evt. een laagje achter. Andere stoffen dringen verder naar binnen in de plant of in de bessen en kunnen in de plant opgenomen worden.

De volgende begrippen worden vaak gebruikt:

  • Plaatselijk werkend (lokalsystemisch):
    de stof wordt door groene organen opgenomen, maar er vindt geen verder transport plaats.
  • Gedeeltelijk werkend (teilsystemisch):
    de stof wordt door de plant opgenomen, maar wordt slechts gedeeltelijk verspreid in de plant, en dus niet door de gehele plant.
  • Translaminaar (translaminar):
    De stof wordt door de behandelde kant van het blad opgenomen en komt er aan de andere, onbehandelde kant weer uit.
    Sommige stoffen vormen in de waslaag een depot van waaruit de werkzame stoffen dieper het blad kunnen binnendringen.
  • Systemisch (systemisch):
    de stof wordt geheel of gedeeltelijk via het blad of de wortels opgenomen en in de plant verdeeld. Wordt ook wel ‘volledig systemisch’ (vollsystemisch) genoemd.

De indeling van werkzame stoffen resp. fungiciden op grond van hun werking:

  • Beschermend
    Beschermende middelen werken alleen wanneer de stokken behandeld worden vóór het contact met de schimmelsporen. Fungiciden voorkomen het kiemen van de sporen en/of het binnen dringen van de schimmel in een plant. Alle contactmiddelen en diepwerkende middelen zijn daarvoor geschikt.
    Stoffen die in het plantenweefsel kunnen binnendringen hebben in vergelijking met contactmiddelen het voordeel dat de oorzaak op diverse plaatsen tegelijk bestreden kan worden: zowel inwendig als uitwendig.
  • Curatief
    Curatieve middelen kunnen gebruikt worden wanneer de schimmel al aanwezig is in de wijnstok. De stok kan ‘genezen’. Een curatieve behandeling van bijvoorbeeld valse meeldauw is alleen mogelijk wanneer de werkzame stoffen het weefsel kunnen binnendringen. De behandeling moet dan wel op tijd plaatsvinden, d.w.z. 1 of 2 dagen na de besmetting, in elk geval binnen de incubatietijd. (…)
  • Eradicatief
    Eradicatieve middelen kunnen een aantasting beëindigen. De zichtbare symptomen verdwijnen niet, maar de schimmel wordt gedood.
    Ook in dit geval moet de werkzame stof het aangetaste weefsel kunnen binnendringen.